Een hoofd als een schatkamer


Een mensje wordt geboren, kijkt, luistert, voelt, ruikt,en slaat dit alles op in

"Een hoofd als een schatkamer"
Is oud zijn enkel zwak zijn, minder waard?
Is jong zijn per definitie plezant?Zorgeloos zijn?

"Fragmenten uit schatkamers"

Achtereenvolgens:
Voor Anneke
Mijn kat en ik.
Aders
Vandaag.
Wrange herinnering aan een primair lief door Beatrijs Lancsweert
.Afscheidsgedicht voor Martine door Beatrijs Lancsweert
Zaredagmiddag.
Stromen...
.Zijn als een Boom
.Moemoe zou je niet graag twintig jaar willen zijn?
. Overpeinzingen op 77.


Voor Anneke,

Elk leven heeft een begin en een einde,
Samen met lotgenoten ondernemen wij deze reis door de tijd.
Dialogen ontstaan, al pratend en al levend, Ik koester je, ik laat je los.
Soms is het mooi, soms is het pijnlijk,
Maar wij bouwen en dan…
Is er het einde voor een van ons,
En kunnen onze dialogen enkel steunen op herinnering.
Op dat wat opgebouwd is…
En wij dragen verder uit wat daar voor ons belangrijk in is.
Lieve, moedige Anneke,
Pijn en problemen komen vanzelf,
Schoonheid en vreugde moeten we zelf opbouwen.
Mijn moeder Gusta Ribbens zei:
Niet na de dood, maar tijdens het leven,
Moet je mensen verzorgen.
Tante Leona

Mijn kat en ik,

Laten de tuin door onze ogen binnenglijden.
Elk een eigen beeld,
Dat van haar kan ik slechts vermoeden,
Het mijne is mooi,
Zon op de muur, zon op schitterend blinkende takken.
Dode takken in de winter? Neen…
Hier en daar, als teken van door te geven leven,
Prachtige groene blaadjes, de kou overlevend,
Dank zij sap uit de bodem en licht, licht, licht…
De witte berk rijst hoog in de lucht, wil groeien.
Het besef dat ik stilaan ga naar de tijd
Waarin ik deel zal uitmaken van heel deze drang, dit streven en proberen…
Waarin de gebondenheid aan dit lichaam eindigt,
Waarin ik het contact met de wereld via dit lichaam zal verliezen,
Zal uitdijen,
Mijn zintuigen zullen mij niets meer kunnen doorgeven…
En toch…het was zo goed, dit leven…


Aders.


Lang jaren waren jullie er, mooi, beschermd door een strakke, zachte huid,
Nu, duidelijk volgbaar aan de oppervlakte,
Voeren jullie het bloed tot aan mijn vingertoppen.
Voeren mijn bloed, mijn levenskracht, mijn verbinding met de levensbronnen,
Van aarde, groen, wezens…
Kwetsbaar en toch onvermoeibaar,
Mijn partners in dit leven, in dit zijn,
Samen op pad tot aan het einde…
Lichaam en levenskracht…
Blad en boom…
Sap en bloed…
Ik ben, we zijn…
!!!

Vandaag,


Vandaag begin ik de dag met verdriet,
Om het leven dat voorbij is,
Om het krakende lichaam dat wil…soepel, vrij, sterk…
Om het afscheid dat ik moet nemen van…deelnemen, loslaten,
Van tegen elkaar schurende relaties,
Van relaties die de haven verlaten van dit…unieke zijn.

Met vreugde om de dag die komt,
Scheepjes die nog even aanmeren,
Nieuwe scheepjes die even langszij komen,
Schatten die ik kan doorgeven en ontvangen,
Schatten van mijn zoeken, verzamelde wijsheden.

Met hoop, op ontdekkingen, ontmoetingen, verassingen, herkenning…
Thuiskomen in het licht …
Alleluja,
Ik “was” in een tijd en op een plaats dat het kon,
Meer dan overleven…Ik “ben” nog even?
Gegroet deze dag, met natte frisse lucht…
Adem die die ons kans geeft…



Wrange herinnering aan een primair lief

Hei schat van mij
Wat vindt ge van mijn schilderij?
Het interesseerde hem geen moer
Hij wou alleen op de erotische toer.

Hei mijn levenslicht
Wat vindt ge van mijn gedicht?
Het interesseerde hem geen moer
Hij wou alleen op de erotische toer.

Hei mijn grote inspiratiebron
Wat vindt ge van de ondergaande zon?
Het interesseerde hem geen moer
Hij wou alleen op de erotische toer.

Hei mijn minnaar
Wat vindt ge van die roze bloesems op die kerselaar?
Het interesseerde hem geen moer
Hij wou alleen op de erotische toer.

Hij hoorde de wind tussen de bomen niet ruisen
Maar hij vroeg me wel
Of ik goed kon kuisen
Maar dat interesseerde mij geen moer
Toen wou ik alleen op de erotische toer.

Afscheidsgedicht voor Martine, door Beatrijs Lancsweert

Je leefde in de wolken
Maar binnen was ’t in jou aan ’t kolken
Je zag opeens het Licht
En schreef een nieuw gedicht.
We gingen graag met elkaar op stap
Ook al gingen we niet rap.
Een glas rode wijn
Vonden we fijn.
Van een frisse schuimende pint
Werden we goed gezind
We hielden van de natuur
En maakten elkaar
Het leven niet zuur.
De liefde voor ’t theater
Bracht ons ook bij elkaar nader
Jij was dichteres
Ik was schilderes
Ik verluchtte jou gedichten
Met waterverf vergezichten
Dan waren we fier
Want we stonden op papier
Je stond steeds paraat
Want je zocht naar je prins in ’t witte gewaad.
Je werd belogen,
Je werd bedrogen,
Maar je dichtader konden ze niet van je afpakken
Daar kon je steeds in zakken.
Een week geleden stond ik nog met jou op ’t podium
En waren we alle twee in ons hum.
Maar opeens ben je er niet meer
Dat doet me erg zeer
Mijn beste Martine
Ge waart een goede vriendin
Waar je nu bent, ik laat het in ’t ongewisse
Maar ik zal je wel missen.
Toch wie weet
Misschien heb je hem nu wel gevonden
Je prins in ’t wit gewaad
Die aan de overkant misschien wel bestaat.

Zaterdagmiddag…


4 scheepjes die mekaar ontmoeten,
Samen en toch afzonderlijk dobberend op een woelige zee,
4 scheepjes op weg naar de haven… de avond…
Na een lange reis…
Soms boeiend, vermoeiend, soms blij, soms met stil verdriet.
Samen..
Denkend, zoekend, zich verdiepend in het raadsel mens,
Zich vragen stellend bij de mening van een auteur,
Vergelijkend met het eigen denken, de eigen ervaring,
Wat is zijn bron? Wat is mijn bron? En die van jou…
En in de verte lonkt de ongekende haven, het einde van de reis.
Maar nu… de vreugde van het samen denken,
Trachten de wereld helder te zien.
Scheepjes die elkaar ontmoeten
Om denkfonteintjes uit te wisselen…
Carla, Bea, Francine en Leona


Stromen ~~~~


Ik ben die rivier ~~~~
Sperma ~~~~ Ei…water, berg, lucht, adem~~~~
Ik groei, en groei en zwel, sterk, breed, diep~~~~
Tot ik verdwijn in de zee…
Bliksem van elementen en …
Hier ben ik weer~~~~
Donder van de bergen…
Ik ben, zing dans, groei en
Denk, was, zal zijn…

Zijn als een boom.



Wortels laten groeien in de grond waar je op staat.
Zoeken naar sap aan je voeten, onder je voeten.
Een zijn met die grond, je levensdorst er aan laven, laten groeien.
En deugt die grond niet,
Of geeft hij zijn sap en kracht niet prijs,
Dan moet hij verkommeren,
Zijn bladeren zullen niet groeien,
Zijn stam broos en breekbaar worden,
Elke wind kan hem dan kraken.

Goede wortels kweken,
Wortels die willen en kunnen zoeken,
Naar goede grond, naar verder afgelegen grond,
Waar eigen kracht in zit.
En dan grondsap laten rijzen,
Torenhoog naar de zon, in de wind,
Water, lucht en warmte opvangend uit de buurt.
Zijn kroon van bladerend juichend laten stralen naar deze wereld.

Een muur, een woud vormen met andere bomen,
Samen wind opvangen, water drinken, zon op- en ontvangen,
Warm worden, vervuld van vreugde en passie,
Voor deze dag, mooie dag, dag waarop ik er ben.
Samen ruisen, samen groeien,
Een beschutting vormen voor wat klein is en nog moet groeien.

Dag boom, ik ben een mens.
Ik deel met jou een wereld vol potentie.
Mens wie ben je,
Wat doe je met de macht die je nieuwsgierigheid,
Die je meedogenloosheid je opleverde?
Zal je de kracht vinden,
Zal je de liefde vinden,
Om te delen, de wereld, het eten, het geld…
Of zal je…
Mens niet gebonden aan plaats…
Met je potentie voor vreugde en wreedheid…
?????

“Moemoe, vroeg mijn kleinzoon, zou jij niet graag twintig jaar zijn?

Hier sta ik dan,
Zeventig jaar.
Zeventig afgewerkte jaren,
Ik heb mijn best gedaan.
Wat ik fout deed kan ik niet meer veranderen.
Maar er was zoveel goed,
Zoveel leren, zoveel bijsturen.
Zoveel graag zien,
Zoveel mijn hart volgen tegen beter weten in,
En toch deed ik mensen pijn.

Moed was een van de dingen die ik belangrijk vond,
En waar ik dus aan werkte.
Een leven geregeerd door angst vond ik geen leven.
En mensen keken naar mij
Met de verwachting van stevige commentaar,
Maar ook hulp, of goede raad.
En ik was mens tussen de mensen.
En zo voelde ik me goed.

Ook vriendelijk zijn was zoiets,
Gewoon zijn, mezelf niet opblazen,
En toch niet overdreven bescheiden zijn,
Voldoende zelfvertrouwen,
Steunend op de kennis van mijn sterkten en zwakten,
Steeds wetend dat ik kon leren.
Het leverde mij veel vriendschap op.
Een glimlach en een groet van een onbekende,
Het was mijn zon voor die dag.

En toch faalde ik vaak,
Verloor mijn geduld, was harder dan ik bedoelde.
Hoe ga je met machteloosheid om?
Hoe verdedig en bescherm je kinderen tegen de harde wereld,
De mensen die erop uit zijn te kwetsen.
Mensen die zich slechts groot kunnen voelen als jij klein bent.
Hoe maak je van je kinderen geen weerloze mensen,
En leer hen toch ook met anderen rekening te houden.
Vallen en opstaan en weer verder gaan.
Ik weet het vaak niet en probeer mijn weg in te vinden.
In het boeiend avontuur dat het leven is.

Nieuwsgierig zijn, veel willen weten,
Maar vooral begrijpen
En wat heb ik jou dan te bieden?
Ik kan je enkel vertellen wat werkte voor mij,
Zonder zeker te zijn dat het werkt voor jou.
Zeventig jaar varen op een eigen koers,
Omdat ik de aangereikte koers niet goed vond.
"De baas blijven, hard werken, je niet laten foppen..."
Wou ik dat? Neen...Ik zou geen kinderen slaan,
Geef je hen dan niet het recht kleine broertjes of zusjes te slaan,
Omdat zij sterker zijn.

Mooie herinneringen opbouwen,
Plaatsen, gebeurtenissen, mensen,
Een kind dat in je groeit,
Dat je op de wereld brengt en dat tegen je zegt:
Jou weg is de mijne niet.
Ga, mijn kind ga, ik laat je los”
Passie zoeken en het vooral bij jezelf vinden,
En merken dat je alleen staat.
Ik werd nederig van het leven,
Leerde te vechten vanuit een machteloze positie,
Ik heb nu eenmaal geen spierballen,
Maar ben eerder klein van stuk.
Mijn kracht zit meer in mijn passie,
En mijn kunst om vol te houden, niet op te geven.
En vaak lukte dat.

Wie zich opblaast,krijgt een opgeblazen reactie terug,en men snoeft tegen elkaar op,
En gaat met pijn naar huis,en de schrik om zijn gezicht te verliezen.
Gewoon een oud vrouwtje met tijd zijn, wil ik dat opgeven om weer jong, onzeker en kwetsbaar te zijn
Mijn ouders terug pijn moeten doen,omdat ik mijn eigen weg wou gaan,en nog niet wist hoe het voelde
Als je kind plotseling de zon uit je verleden haalt,door met veel pretentie te zeggen:
Ik ga mijn eigen weg.Die van jou is maar zozo!


Overpeinzing op 77

Goede morgen Leona,
Gij die mijn zijn vorm geeft, Gij die kromde zoals een boom,
Om het zonlicht te vinden, Te zoeken “Wie ben ik”,
Die het mooie in licht, klank en gevoel, Opzocht en ervoer.

Kwaad werd van de mens, Die willens en wetens,
De ander verknechte, pijnigde, uitroeide en vernederde…
En toch de mooie potentie zag van het wezen “mens”.

Voor ik u moet verlaten, wegens uitgebloeid,
Wil ik nog een poosje met je samen zijn,
Nog wat laatste vruchten afwerpen,
De zoekende
 

Foto's van het seizoen 2007 - 2008
"Brood op de Plank"

Dank u Patrick










"Wat maken wij?"
"Fluoballen voor lanceerbuizen!.Of toch niet"
"Wij zijn marionetten""Ik moet mijn lening betalen"
Stop de Band












3 jonge mensen zoeken werk
werk en relaties...
"Niet zeuren moeder" "Vrienden vader, waar zijn ze als je ze nodig hebt"
Alledaagse problemen en zo veel meer...















Even tussendoor: "Assepoester"










2008 - 2009 "Geld" Is en blijft een actueel gegeven van Molière tot nu.













2009... na "Geld" creëren wij ...

"Onze Oogappel"

"Mijn piekerduivel"

"Stoere Grieten"

"Parochie van Mensen"

Korte toneeltjes over...

Vervelen, pesten, stoer doen.
Waarom doen we dat, hoe voelt dat.
Lief zijn?

Angst waar komt het vandaan?
Zijn we bang van mekaar?
Zijn we bang omdat we alleen zijn?

Grootouders die hun kinderen weinig zien
Kinderen die uit hun schoenen gegroeid zijn
Hebben wij je hard gemaakt?
Was dit nodig om rijk te worden?

Oefenen in stoer doen,angstig wachten op de tram.



De creatie van een toneelstuk


Foto's van vorige repetities





























Betonnen Jungle
p.a. Saffierstraat 176
2600 Berchem
tel: 03 877 13 17
e-mail: leona.maes@skynet.be



Met veel plezier voor u bedacht, de moeite om te komen kijken,
Er met ons over te kletsen,
De actrices en acteurs van Betonnen Jungle