Ik ben een strijder.

Alle wegen leiden naar het Hart van de strijder.
Zonder aarzelen duikt hij in de rivier der hartstochten die altijd door zijn leven stroomt.
De strijder weet dat hij vrij is in zijn keuzes.
Bij het nemen van beslissingen is hij moedig, altuîstisch, en - soms- een beetje gek.
Hij aanvaardt zijn hartstochten en geniet er intens van.
Hij weet dat hij gerust opgetogen mag zijn over zijn veroveringen.
Ze horen immers bij het leven en bezorgen alle betrokkenen vreugde.
Tegelijkertijd hecht hij waarde aan alles wat duurzaam is, en aan banden die zich in de loop der tijd bestendigd hebben.
Een strijder weet onderscheid te maken tussen wat voorbijgaand en wat blijvend is.

Een strijder laat geen gelegenheid onbenut om zichzelf iets te leren.
Omdat wanneer ze me uitdagen, in werkelijkheid aangeven dat ze met me willen praten.Door zo te reageren houd ik de dialoog in stand.
Daarom zet de strijder zijn hart slechts op het spel voor iets dat de moeite waard is.
Alleen door ervaring in de strijd op te doen, kan een strijder van het licht sterker worden.
Schoonheid kan je enkel zien als je de schoonheid in jezelf draagt.
De wereld is immers een spiegel en we zien ons eigen gezicht erin terug.
Er bestaat zoiets als gevoelsafval, dat wordt geproduceerd in onze denkfabrieken.
Het bestaat uit pijnen die al voorbij zijn en nu geen enkele functie meer hebben.
Het bestaat uit alertheid voor bepaalde dingen die in het verleden belangrijk waren maar in het heden nergens meer toe dienen.
Ben je verdrietig? Daarmee bewijs je dat je ziel nog steeds leeft.

Inspiratie uit "De strijders van het licht" van Paulo Cohelho

Tandesila of de tijd van Leona


Tandesila is de naam van mijn dansend en struikelend gaan door het leven, lachend, huilend, vragens, zoekend.?.?.
Als het eerste kindje van Charles en Gusta op 20 Juli 1941, jawel in de oorlog...


Tandesilake ging op reis... En de reis begon in Borgerhout in 1941, Antwerpen, Berchem… Het was oorlog en papi moest de Vroedvrouw halen op een fiets zonder licht…36 uur was Tandesilake onderweg van de veilige warmte van de moederschoot, naar het huis in de Erasmusstraat in Borgerhout. Zalig niksen, niet weten, en toch stilaan…Horen, zwemmen, voelen, een voetje, een handje, een mond, lekker warm… Weinig plaats, bewegen, ruimte zoeken, help… eruit… Aaaah, zei de moeder, “Ik stik” voelde Tandesilake Maar toen kwam er een hand… weg die band, lucht eindelijk, Tandesilake laat zich horen, koud, warm, ik ben er…
En dan lekker bij mijn mama, zoet drinken… En voor het eerst echt gelukkig zijn… Zo gelukkig, en verlangen naar blijvend drinken van een bron van leven.. En Tandesilake begon, blij verwonderd aan haar reis, door het leven, door het universum, in de wereld… Erg Benieuwd.
En Tandesilake, werd gedragen, gekoesterd, graag gezien, verzorgd.. Door moeder, vader, moemoe, vovi, bompa, bomma, tante dit en nonkel dat… En zij groeide blij verwonderd… Vovi toverde rook uit een doos, moemoe lachte en liep rond met haar.. Mama was er altijd, papa zorgde voor de kost, bomma bakte brood In een oorlog waar er weinig was, maar voor Tandesilake werd gezorgd… In de winkel kwamen veel mensen, en Tandesilake wilde leren… Praten, lopen, begrijpen, …opgemerkt worden… er zijn…
Mijn grootouders op hun trouwdag
En toen kwam er een zus, zo’n lekker mollig ding… En Tandesilake beet vol smaak in haar bil… Maar zus huilde en mama sprak boos tegen haar… “Oei, dacht Tandesilake, dat was niet goed, zou ik nog eens proberen??? Want het was wel fijn, zo’n lekker zusje…” En zus groeide ook en zij kregen elk een vogeltje in een kooitje.. En zus kreeg een blauwe engel, en Tandesilake een roze… En zusjes en een broertje… En zo leerde Tandesilake dat je een mens pijn kan doen, Dat een ander even goed een eigen wereldje van vreugde en verdriet kent.


De wereld van de volwassenen rond Tandesilake

Ieder leven begint in een bepaalde periode van de mensen geschiedenis. De ouders van Tandesilake, geboren aan het einde van de eerste wereldoorlog, in een tijd waarin veel mensen een kater beleefden door die oorlog. Waarin overwonnenen en overwinaars hun wonden likten, waarin de oorlog veranderde van een gevecht van man tegen man, naar een gemechaniseerde, scheikundige uitroeiing van mensen. Een tijd ook waarin men trachtte het mensbeeld anders in te vullen, tot nieuwe “inzichten” kwam, disciplineerde door het leven steeds meer te laten regelen door grote systemen, zoals fabrieksarbeid, georganiseerde scholing, registratie. Waarin nog steeds de sociale strijd nazinderde van totale meedogenloze kapitalistische uitbuiting van mensen die steeds meer van betaalde arbeid afhankelijk werden. Een tijd ook waarin mensen steeds meer van het platteland naar steden moesten verhuizen om aan de kost te komen. Denkers zoals Nietzsche, met zijn idee van het kweken van een betere mensensoort of Freud die de psyche van de mens trachtte te doorgronden, hadden grote invloed op deze jonge generatie. Van grote invloed dus de sociale strijd, het opkomende fascisme, het anarchisme, socialisme, de reactie van de kerk, armoede, bankencrisis. “Bedenkingen en oplossingen?” voor de samenleving, geconfronteerd met het totaal doorbreken van oude patronen. De ouders van Tandesilake, kinderen in de jaren 1920, pubers en jong volwassenen in de jaren 1930, zochten in het nieuwe hun weg en namen ook nieuwe denkbeelden over. Nam de generatie van mijn speelse grootmoeder het niet zo nauw met voedingstijden voor baby’s, de generatie van mijn ouders geloofde in discipline en het laten wenen van baby’s om ze niet te “bederven”. Sublimatie, zelfdiscipline, veel kunnen verdragen, “wie denk je wel dat je bent (intimidatie), geen medelijden met jezelf hebben” waren huns inziens onderdeel van een goede opvoeding. Geloof in vooruitgang op medisch gebied. Maar ook elementen uit de Vlaamse handelscultuur kwamen sterk aan bod: zo werd lachend het verhaal verteld van Tandesilakes’ grootmoeder die haar eigen zus in de zak gezet had, die van Vlaanderen naar Antwerpen gekomen was om in de winkel van mijn grootouders te komen kopen. Hard kunnen werken en je niet in je nek laten kijken, stonden hoog in het vaandel. Mama Gusta had armoede gekend thuis, vovi werkte als seingever aan de treinen en was vaak ziek. Papi zag zich als een patriarch, zowel zorgend als ultieme baas, niet alleen over zijn gezin, maar ook over de gezinnen van zijn broers. Dank zij zijn “savoir faire” en zijn moed geraakten al deze gezinnen, en ook dat van mijn moeders ouders zonder veel honger door de oorlog. Het interbellum is een ongelooflijk belangrijke tijd voor wat er daarna gebeurd is.
Ouders van tandesila op hun trouwdag
Vovi
Nog een moment van intens geluk: door hem de trap op gedragen worden toen Tandesilake haar knie had bezeerd…zijn warmte, zijn zorg..
Hij was er altijd, tot hij in 1948 niet terugkwam…
Maar werd thuisgebracht, zonder adem, zonder leven, zijn hart…
Tandesilake woonde in een winkel huis, boven, met papa, mama, zus en broer…
Moemoe en vovi beneden, ..
In een klein warm kamertje, Met uitzicht op een klein koertje,
Keken Tandesilake en haar zus naar film,
Toverde vovi voor hen rookvormen uit een tabaksdoos..
Hij nam hen mee op wandeltochten door de stad… En zij ontdekten met hem… Het bouwen van de Noorderlaan… De schepen aan het steen, de geur van de Schelde, de meeuwen… Stukjes brood… De brand in een confituur fabriek.
En toen deed Tandesilake iets waar zij toch ook iets ervoer als gewetenswroeging … Zij kreeg streken, wou groot zijn, eruit zien als iemand die alleen op stap gaat, Bleef speciaal achter, om er zelfstandig uit te zien… En Vovi bleef met haar kleine zus aan de hand staan wachten. Een beeld dat in haar ziel gegrift bleef. Vovi was seinwachter in Antwerpen Centraal, en toen Tandesilake en haar zus met mama naar de dierentuin gingen, wuifden zij naar hem van bij de kamelen.
Papa had een zuivelwinkel, in de Diepestraat, Waarvoor hij eieren en boter naar Vlaanderen haalde, Waar zijn moeder haar thuis was geweest als kind.
Om kisten eieren en boter van de camion naar de winkel te voeren, had hij zo’n kar, met een wiel van voor en twee handvaten aan weerszijden van achter.
Op die kar reed vovi Tandesilake en haar zus om naar de school te gaan kijken waar zij binnenkort naartoe zouden gaan. “Filles de la Sagesse” Italië lei 88, een indrukwekkend mooi gebouw. Toen zij er later echt school liepen, wachten zij, in de majestueuze gang, op een bank ongeduldig tot vovi hen zou komen afhalen.
Later in Berchem herstelde hij hun poppen. Zij legden ze op het alleeke voor de deur van moemoe en vovi op de entresol… En ’s anderen daags waren de poppen genezen.
Tandesilake had het in het eerste leerjaar erg moeilijk met leren.. Vovi maakte een telraam voor haar… Maar mama zei: “In de School kan zij dat niet gebruiken”.
En zo maakte Tandesilake kennis met de verwarde verhouding van ouders en hun kinderen…er was zoveel verward in de wereld… Maar Tandesilake vond het allemaal interessant, dacht er diep over na…
En later als zij in Berchem woonden en zij naar het Fort gingen spelen, bracht hij ’s middags eten. Vovi werd echter niet oud, hij hield van muziek, Toen was er radiodistributie, waar je de hele dag muziek op kon horen, Zonder storingen.
En Vovi zong in bad…en toch wist hij dat hij niet lang meer zou leven, zijn hart

Moemoe
Moemoe was voor Tandesilake, de plezante persoon, die veel lachte, Die met Tandesilake pronkte in de winkel, haar veel pakte, Tandesilake was de oogappel van moemoe.
Bij de geboorte van Tandesilake schrok moemoe zich een hoedje, Dit meisje heeft geen neus!!! En telkens zij de kans kreeg…
Kneedde zij het neusje van Tandesilake, en het neusje kwam er… Een wipneusje, lief en parmantig…
Moemoe deed de winkel, was degene die met de klanten omging, Met hen kon zwanzen, maar ook op haar punt stond als het om betalen ging. Toen vovi gestorven was, had zij het moeilijk om te blijven …
De papa van Tandesilake, een zakenman in hart en nieren, regelde voor haar een “Stock Americain” winkel in Tienen. Tandesilake en haar zus gingen er logeren…
En altijd gebeurde er wel iets: de keuken stond in brand, of zij had een nieuwe vriend die aardbeien teelde “De Floere”
Ooit waren moemoe en vovi “Leonie” en “Gust”, en zij woonden in Achterbroek, dicht bij de Nederlandse grens. Allebei uit een huishouden van 10 en 11 kinderen. Maar Gust ging in het station werken en zij verhuisden naar Antwerpen, in de Dambruggestraat, waar zij drie dochters kregen. Zij waren niet rijk, Gust was veel ziek en Leonie ging vaak kuissen om wat bij te verdienen.
Thuis bij hen werd er veel gezongen “Geef mij de koffiepot eens…”. Jassen werden gekleurd en zij kregen van de bakker de pateekens van een dag oud tegen halve prijs. Toen zijn oudste dochter een verhaal had gehoord van “Knudde, die ’s nachts op je nek sprong”, ging Gust met haar ’s nachts wandelen om haar de nacht als gewoon te laten ervaren.
En moemoe ging met Tandesilake en haar zus, Naar haar zusen en schoonzussen op bezoek, met trein en tram, En dan door mooie dreven… die levenslang een groot genot bij Tandesilake zouden oproepen.
Dikke tante Marie van Achterbroek, op de Nederlandse grens, De voordeur in België, de achterdeur in Nederland, Een deur in de lengte verdeeld in 2 helften,, vonden Tandesilake en haar zus een hele belevenis.
Tante Maria, van Mariaburg, en natuurlijk waren er ook nonkels… Tante Plien en haar dochter Leonie die in een beluik in Antwerpen woonden, zo’n klein huisje in een rij dat je langs een klein gangetje kon bereiken.Dit maakte allemaal diepe indruk op Tandesilake.
Heel haar leven zou Tandesilake een diep geluk voelen als zij de zon door de bomen gefilterd, in een mooie dreef kon zien vibreen. En Vovi stierf vroeg en moemoe haalde een hoge ouderdom… Moemoe kwam overal helpen: in de winkel, financieel bij haar jongste dochter, en bij Tandesilake toen zij kleine kindjes had. Walterke, klein boeleke dat veel weende vond bij haar een troost: zij droeg hem, wandeled met hem naar het park…
En nu als oude vrouw heeft Tandesila het gevoel dat zij op het einde van Moemoes leven haar toch tekort gedaan heeft… triestig… de omstandigheden, het gebrek aan wijsheid…Momeo en Mami hadden ruzie…misverstanden zoals vaak tussen moeder en dochter… moest Tandesila daarom kant kiezen en waarom lukte dit niet meer na Mami’s overlijden? Moemoe die op een jaar tijd 2 dochters verloor. Tandesila bezocht haar nog n het ziekenhuis, maar op een keer was zij er niet meer, haar bed was leeg, zij had op het laatst veel hoofdpijn, zoals heel haar leven… daarvoor pakte zij Saridons..Ach waarom ook niet… hoofdpijn, je loopt ermee tegen een muur…

Tante Martha en …
Achter een klein koertje, stond een gebouwtje waar Tante Martha haar domein had. Tante Martha, puber in de oorlog, was een ware beleving voor Tandesilake en haar zus. Zij had zo’n grote pick-up waar je platen kon op draaien en banken die opklapten, en zij bracht een nonkel soldaat mee…
Het was onze avontuurlijke tante, een beetje geheimzinnig, boeiend..
Het leven in de oorlog, voor een jong meisje, met eerst Duitse soldaten en later Amerikaanse, in een periode waar elke dag je laatste kon zijn, ... Chocolade was iets wat Amerikaanse soldaten uitdeelden. Zo kreeg Tandesilake Chocola van een Amerikaanse soldaat die in de winkel kwam. Tante Martha, een begerige tiener, likte achteraf het gezichtje van Tandesilake af.
Toen papa mama naar Ieper bracht om een broertje ter wereld te brengen, vliegende bommen, ging Tante Martha mee om op de kinderen te passen. De trapjes in de Menenpoort en het gebied erboven werden de speelruimte voor Tandesilake en haar zus.
En dan was er nog Nonkel Charles, de vrijer van tante Martha, Maria en Mariette 2 grote meisjes, met een kast waarin papieren poppen met zelfgemaakte kleren zaten, waar zij dikwijls gingen spelen, en het nieuwe broertje dat veel ziek was. En een groot schommelpaard op zolder.

De hoofdpersoon: mami Gusta

Mami Gusta was de grote liefde van Tandesilake, het grote verlangen, de interessante persoon, de vrouw met gezag, maar vooral de wijze vrouw. Zij was het waarop je kon rekenen, die je nooit in de steek liet, altijd zorgde dat het leven leefbaar bleef, ook onder de dronken woede-uitvallen, of de (voor zichzelf) gerechtvaardigde toorn van de vader. Als zij al eens boos was voelde Tandesilake zich heel ongelukkig en kon niet wachten op het moment dat alles weer goed was. Na Tandesilake en haar zus kreeg Mami nog 3 kindjes: een jongetje dat vaak ziek was en nog 2 zusjes.
Op een dag, Tandesilake zat te spelen naast de strijkplank, hoorde Tandesilake Mami zeggen (tegen haar zus Martha) “Jong zijn, dat is veel plezanter dan groot zijn”.
“Tiens” dacht Tandesilake, “dan ben ik in een bevoorrechte positie, tiens, tiens” . Toen zij later met tante Martha ging wandelen, vroeg zij: “Ben je nu liever groot of klein?”, antwoordde deze “Groot, natuurlijk”. De foto's zijn de grootouders van mami, langs vovi's kant. Woonden in Achterbroek, aan de Nederlandse grens..
Zeer verwarrend vond Tandesilake dit, maar zij zweeg en dacht “ik zoek het later wel uit, verwarrend, hoe kon je nu alles geloven”.
Tijdens de oorlog nam Mami Tandesilake en haar zus, en later ook haar broertje in de kinderwagen, mee naar de dierentuin. Een beetje voorbij de ingang, voor de kooien met vogels, was er een diepte uitgegraven, met stenen muurtjes en bankjes waar mama’s op konden zitten terwijl de kinderen speelden. Ze speelden schooltje en Tandesilake was de schooljuffrouw. Bij het omdraaien naar haar leerlingen botste Tandesilake met haar voorhoofd tegen een punt in de stenen muur. Ze bloedde heftig en een jonge Amerikaanse soldaat wou dit stelpen met zijn zakdoek, maar daar stak Mami een stokje voor. “Een open wond, en dan een vuile zakdoek!!!”Oh, die wijze Mami, dacht Tandesilake. Soms mochten zij op de rug van een olifant door de dierentuin rijden. Vlak naast de speeltuin waren er kooien, waarin een wolf onafgebroken over en weer liep. Een andere keer viel er tijdens de wandeling een bloempot in de kinderwagen van haar broertje, zomaar vanaf een hoger verdiep…
Mami had ook een vriendin, die op Sint Anneke woonde in zo’n houten huisje, samen met haar man Oscar. Daar gingen zij dikwijls naar toe, spelen in het zand en naar de boten kijken. Zij gingen met de overzet, en tijdens de oorlog moesten zij daar zeer hoge trappen voor op en weer af. Ach ja, die oorlog. Op een keer gingen zij naar de Veldstraat, waar een zus van mami woonde, met haar kindjes, en het huis was weg, platgebombardeerd. Gelukkig was er niemand gewond, het nichtje in de wieg was gered door een stuk plaaster van het plafond dat haar wieg als een deksel had afgedekt.

Zo mooi was ze, mami. En Tandesilake wou zo graag door haar verzorgd worden, of haar knuffelen. Omdat Tandesilake moeilijk kaka kon doen, moest mami regelmatig met zo’n rubberen balletje iets in haar poep doen. Ha, die aandacht, het er zijn voor zo’n mooie lieve vrouw…Maar als Tandesilake mami wou knuffelen deed ze mami vaak pijn. Mami had reuma. Soms als papa weer eens lang wegbleef, mocht ze bij haar slapen
En dan gingen ze naar Berchem verhuizen, in een huis met een groot magazijn, Moemoe en Vovi op de entresol, en papa en mami en de kindjes op het eerste verdiep. Vovi hield duiven op zolder. Broertje was vaak ziek en moest dan naar het ziekenhuis. Toen Tandesilake en haar zussen en broertje mazelen kregen werden er matrassen in de woonkamer gelegd. Soms was papa moe en legde hij zich languit op de grond te slapen en dan moesten de kinderen heel voorzichtig zijn. Maar mami was er, en het was goed.

Later, toen vovi gestorven was, en moemoe naar Tienen verhuisd, kwamen Lisa, een nicht van mami en haar kinderen in de entresol wonen. En Tandesilake en haar zus waren zo gelukkig als zij mami en Lisa hoorden lachen in de badkamer. Een van de kindjes van Lisa, werd de spitsbroeder van de zus van Tandesilake, zij klommen over de daken, tot grote schrik van de buren in de Boomgaardstraat, die prompt kwamen bellen. Zij sprongen van kastjes, klommen over ruiten, en als Tandesilake schrok, was het haar schuld dat ze vielen. En op een avond, mami zal zich eenzaam gevoeld hebben, mocht Tandesilake mee naar een grote mensenfilm “Vrouwen in het wit”. Eigenlijk zat Tandesilake, die zich toch wel groot en belangrijk voelde door dit voorrecht, heel de tijd te wachten tot de acteurs naar buiten zouden gaan, vervelende binnen scčnes, maar zij hield vol dat zij het mooi vond.

Omdat broertje vaak ziek was, raadde de dokter hen aan om zoveel mogelijk naar de zee te gaan. En als zij, dan moe van het spelen, het appartementje naderden, waar zij huurden, hoorden zij mami zo heel hoog zingen, en zij waren zo gelukkig. Mami kon ook streng zijn. Zij droomde ervan dat haar dochters mooie secretaressen zouden worden, en daarom moesten zij ook goed leren. Zij stuurde haar kinderen naar een dure school “Filles de la Sagesse” en zij moesten allen samen in de living hun lessen hardop lezen, 10 keer. En daarna werden zij overhoord. Mami had als kind ondervonden hoe het is om arm te zijn. Als zij goede resultaten op school hadden, trakteerde mami hen op een ijsje in de “Coupe Glacée”, Péche Melba voor Tandesilake en met kersen voor haar zus. Vanaf het derde leerjaar waren Tandesilake haar punten altijd goed. Zij was altijd de tweede van de klas. In het eerste leerjaar echter, was zij de 18de van de achttien, en mami dacht “laat haar dit jaar overdoen, dan zijn Tandesilake en haar zus altijd samen”. Maar de nonnekes vonden dat maar niks, en dus ging Tandesilake naar het 2de leerjaar, en daar ging het al wat beter, behalve met breien. Bij de andere meisjes waren dit mooie zachte witte stukken, bij Tandesilake een zwart, beduimeld vies lapje. Als zij de non “Soeur Aldegonde” hoorde afkomen gingen de haartjes in haar nek rechtstaan. Maar toch, vanaf het derde ging het goed, al was zij er al steeds meer van overtuigd dat zij een vies kind was, met rare fantasieën, over de grote broers van …

Mami snoepte graag, op een dag moest Tandesilake fruittaartjes halen naar een bakker in de Statiestraat. Tandesilake ging op weg, zij bouwde onderweg voort aan het verhaaltje waar zij ’s avonds in haar bed van genoot. Toen kwam zij aan de Statiestraat, zij moest oversteken, keek naar links, naar rechts, nam de draad van haar verhaal weer op, en liep tegen een voorbijrijdende camionette. Bloed uit haar mond en haar knieën. Een fietser kwam voorbij en wilde haar naar huis voeren, maar een politieman kwam tussen en leidde haar naar een apotheek. Hij liet mami verwittigen, en deze kwam prompt aangerend. En Tandesilake, moest haar lip laten naaien, en haar knieën werden verzorgd, en zij werd in het bedje van haar kleine zus in de kamer van mami gelegd, en zij was best gelukkig. Er was zoveel om over na te denken.
Tandesilake dacht veel na, maakte spannende verhaaltjes voor zichzelf en hoorde daarom ook niet altijd op tijd als er wat aan haar gevraagd werd. En op een dag was mami zo boos: “Als ge nu niet doet wat ik gevraagd hebt, sla ik een bord op je kop stuk”. Met de beste wil van de wereld kon Tandesilake zich niet indenken wat er gezegd was, maar mami, die vond dat je altijd consequent moest zijn, zocht een gebarsten bord uit. Het deed nauwelijks pijn. Een ander gevolg voor het verstrooide Tandesilake was, dat soms haar kleine broertje en zusjes, smosten met haar boekentas: “Dan moet je ze maar beter wegzetten”, zei mami.
Mami was een vrouw van haar tijd. Freud stond hoog in aanzien in deze dagen, en was zeker een gids in haar opvoedingssysteem. Zelfbeheersing was belangrijk. Veel verdriet kwam voort uit zelfmedelijden, zei ze. Je moest flink zijn. Had je teveel last van puberale verschijnselen “Loop dan een blokje rond” . Sublimatie, noemde Freud dat. Spijtig genoeg werd mami zwaar ziek na een val van de trap. Zij kreeg aanvallen van reuma, soms trokken haar handen krom, zij moest in bed blijven, kreeg spataders…Later moeilijk naar de zetel. Goede tijden wisselden af met tijden van ellende voor haar. De medicatie was in die tijd ook zeer experimenteel, waardoor op een gegeven moment haar tanden begonnen los te staan. Voor de kinderen regeerde zij vanuit haar stoel door met een sloef(pantoffel) te gooien. Voor ons was vooral belangrijk, dat zij degene was op wie je kon rekenen. Hoe erg moet het voor vovi geweest zijn om zijn zo mooie dochter bedlegerig te zien, terwijl haar man uitging met haar jonge zus. “Gusta”, zei hij, toen zij verdriet had over het lelijk worden van haar eens zo mooie benen, “mannen leggen die toch altijd opzij.” Zo gelukkig was Tandesilake als mami zong…

Papa

Papa, papi, was zowel een held als een te vrezen persoon. Tijdens de oorlog zorgde hij ervoor dat heel de familie genoeg te eten had. Zowel zijn ouders, de ouders van mami, en zijn kinderen genoeg te eten hadden. Als smokkelen daarvoor nodig was, deed hij dat. Tandesilake luisterde met bewondering naar de verhalen van smokkeltochten naar de buiten, met een verduisterde camion, en iemand die op de teut moest zitten om de weg te wijzen in het donker. Met drie waren ze, Charles (papi), Mon en Marcel (2 vrienden). En op een keer kwamen ze thuis en zij zagen dat een van de 3 niet aan boord was. Zowel Duitse als Belgische politie moest vermeden worden. Tandesilake wist niet hoe het opgelost geraakte, maar bij papi en mami geraakte alles opgelost. Tandesilake zag dat papi ook genoot van zijn avonturen.

School was voor hem een hel geweest. Iedere morgen als hij ernaartoe ging wenste hij dat ze in brand stond. Een van zijn verhalen was dat een leerkracht hem bij zijn oor nam en zo met hem de trappen op en af liep. Hij paste niet echt in een vast regime. Hij zou nooit een goede werknemer geweest zijn, dat paste helemaal niet bij hem. Eigenkracht en fierheid daar ging het hem om. Zijn verhalen over de guldensporenslag, en de pot van Olen, en Duitsers en Engelsen, werden zeer passioneel verteld en zouden Tandesilake blijven boeien. Haar zus was echter zo bang van hem dat zij er niet van kon genieten. Zij vreesde dat hij er vragen over zou stellen, en zij was bang van hem. Waar zij gelijk in had. Hij kon, zeker als hij zat was zeer gewelddadig uit de hoek komen. Maar Tandesilake wou niet bang van hem zijn, met haar verstrooide hoofdje kon zij zich toch niet permitteren om haar leven door angst te laten leiden. Maar zij had dan ook regelmatig nachtmerries. Over …

Zij liep door een straat en wist dat zij onder een brug moest, en zij kwam daar en daar zat een grote aap…. Tandesilake had ook panische schrik van hondjes, heel raar. Een klein keffertje kon haar doen verlammen van angst. Maar zondagmorgen speelde zij schaak met papi. En een enkele keer, waarschijnlijk dank zij een zware kater, kon zij winnen. Papi was een fascinerende persoon, die alles wou geprobeerd hebben, vogel pik, vissen, naar de koers, het sportpaleis, een stamcafé, verhalen van vrienden die op de markt vochten om klanten te lokken… Dat was, voor Tandesilake de fascinerende wereld van papi. En vaak namen zijn kinderen daaraan deel. Zo kwamen zij “toevallig” vaak zijn lief en haar kinderen tegen. Hij was de patriarch, niet alleen voor zijn gezin, maar ook voor de gezinnen van zijn broers en vader. Rechtvaardige toorn: Wat is dat? Iemand die het gevoel heeft dat hij het recht heeft om te straffen, kwaad te zijn, van iemand te eisen dat hij het juiste gezicht trekt. Het komt voor in de bijbel en ook mijn vader had het gevoel dat hij mocht uitvliegen, slaan, dingen kapot doen.



Het gezin van mijn vaders ouders: Bomma, bompa en 3 zonen.


Zussen en broer

Toen Tandesilake 14 maanden was kreeg zij een eerste zusje, Christiane. Het werd een levenslange kameraad. Samen spelen in de dierentuin, samen bij Vovi en moemoe in de keuken naar rook uit de tabaksdoos kijken, samen naar 2 grotere meisjes op bezoek gaan, Maria en Mariette, die kartonnen poppen hadden, met Vovi gaan wandelen, voor het eerst samen naar school, de geheimzinnige woonst van tante Martha achter het koertje. Samen angstig luisteren of papi niet boos was op mami. Christiane was de zus die veel kon en veel durfde, op daken klimmen, van kasten springen, maar die ’s nachts bang was en waar Tandesilake dan het licht voor moest aansteken als zij pipi moest doen. Aan het station van Berchem liepen er toen 2wegen onder het spoor: een hoog en een laag voor camions, gescheiden door stenen balken, dit was een uitdaging die zij niet kon laten liggen, Maar zij viel en scheurde een pees in haar pols. Zij wist dit wekenlang geheim te houden met medeweten van Tandesilake.

En toen zij 3 jaar was, kwam er een broertje, Charles. Hij werd geboren tijdens de vliegende bommen, en papi reed met zijn camion zijn gezin naar Ieper, waar broertje geboren werd. Tandesilake herinnerde zich nog goed de wandelingen met haar zusje en tante Martha op de Menenpoort. Broertje was veel ziek, longontstekingen, en moest vaak naar het ziekenhuis. Mami zei: dank zij dokter Fleming en penicilline kon hij genezen. Op een gegeven moment moest hij van de dokter op de buiten gaan wonen. Moemi vond een boerengezin in Kruishoutem en daar werd hij 3 maanden in de kost genomen. Toen hij terug thuiskwam verstond mami hem niet meer. Blijkbaar had hij na een moeilijk begin, zijn draai in dit gezin gevonden. Hij had er vrienden, kwam goed overeen met de boerendochters en gooide met koeienvlaaien. Christiane en Charles vochten vaak voor de sport, toch half en half. Want voor Christiane bleef Charles toch een levenslange concurrent, die mocht wat zij niet mocht gewoon omdat hij een jongen was. Hij was dan ook de gretig verlangde zoon van zijn vader. De enige zoon in een gezin zijn was waarschijnlijk ook een ballast, flink zijn niet huilen, koers rijden: “Zijn benen en mijn kop” was een uitspraak waar veel vaders zich in het koersseizoen aan bezondigden. En Christiane was een meisje en neen zij mocht niet. Toch hield zij heel veel van hem en was zeer bezorgd, als zij thuiskwam van school was haar grote ongerustheid altijd weer dat hij weer in het ziekenhuis beland was. Van zijn moeder was er heel veel druk om te leren, zij las met hem alle boeken die hij voor school moest lezen: zij wou dat hij niet afhankelijk was van zijn vader. Hij ging naar Sint Jan en wij naar de Filles de la Sagesse. En donderdagmiddag gingen wij hem opwachten aan de halte van bus 9, aan Berchem station. In afwachting gleden wij van de schuine stenen berm van het spoor. Wat ons veel onderbroeken kostte.

Nog een zusje: toen Tandesilake 5 was kreeg zij er nog een zusje bij, Danielle. 1946 na de oorlog. In die periode wist papi’s moeder dat zij kanker aan haar aalvleesklier had. Wij bezochten haar in een herstellingsoord in Marche les Dames. Zij zou niet lang daarna overlijden. Toen Danielle nog heel klein was werd mami ziek, het gezin woonde toen reeds in Berchem en mami’s vader was gestorven. Lisa, die toen bij ons kwam wonen zorgde noodgedwongen vaak voor dit nieuwe zusje. Pas toen Tandesila haar kleinkinderen bezig zag, besefte zij dat ze soms wreed geweest waren voor dit zusje. Zo bijvoorbeeld had zij er nooit over nagedacht hoe het voor de kleine Danielle overgekomen was toen zij haar vies vonden omdat zij worteltjes voor iedereen gaan halen was en deze in haar onderbroek vervoerd had. Hun reactie liet aan duidelijkheid niets te raden.

En tenslotte toen Tandesilake 9 was kwam er nog een zusje bij: Maryse. Die morgen herinnert Tandesila zich nog heel goed: zij waren nog in de slaapkamer en traag aan het opstaan toen papi riep: “jullie zijn niet benieuwd om jullie nieuwe zusje te zien”. Op slag donderde het viertal zo snel mogelijk naar beneden. Maryse was het voorzichtige zusje dat zich het veiligst voelde in een box. Niet moeilijk met zulk een stoere bende in huis, je zal maar de kleinste zijn. Zij zal zo een jaar of vier geweest zijn toen zij bijna stikte in een tunnel in het zand in Sint Idesbald. Zussen, broer en vrienden groeven diepe putten en verbonden die met tunnels. En toen het kleinste zusje erdoor kroop stapte er iemand per ongeluk op en de tunnel stortte in. Gelukkig ging heel de ploeg direct aan het graven en luisteren of ze haar nog hoorden.


Bomma

Bomma Maes, geboren De Ruyter, was afkomstig uit West Vleteren in Vlaanderen. Zij stierf zeer jong aan kanker van de Alvleesklier. Tandesilake herinnert zich haar vooral van in het nieuwe huis in Deurne, zij en haar zus mochten er in het magazijn spelen. Een zeer grote garage, met daarin een machine om eieren door te lichten en te sorteren, en een grote weegschaal en een grote ijskast voor boter en eieren. Dat was telkens een heel avontuur, er waren 2 uitgangen. Bomma en Bompa woonden beneden, op het eerste verdiep haar 2de zoon en zijn vrouw, op het derde verdiep haar derde zoon, eveneens met zijn vrouw. Tandesilake’s papa, haar oudste kind en mamma en hun kindjes woonden eerst in de winkel in de Diepestraat en later in een groot huis in Berchem. Tandesilake heeft slechts vage herinneringen aan haar, maar haar mama vertelde: zij, de onhandige Tandesilake mocht altijd Bomma’s goed servies in en uitladen, tot grote schrik van mami, maar ze brak er niets, en haar zusje, een echt snoepertje, mocht altijd eerst in de pateekens doos haar goesting doen. Bomma had vier zonen, waarvan er een jong stierf en zij was heel blij met haar kleindochters. Later toen Tandesilake en haar zus oud waren, en zij beiden veel zonen hadden, ervoeren zij het als een gemis dat zij haar niet beter gekend hadden.

Bompa

Bompa Maes, de vader van papi, bleef heel hun leven een beetje een vreemde. Waarschijnlijk zagen de kinderen van de 2 jongere broers van papi hem meer als hun Bompa, zij woonden in hetzelfde huis. Dit huis in Deurne bestond uit een beneden, met een groot magazijn en 2 ingangen, en een woonruimte voor bompa en bomma Maes. Bomma heeft er echter niet lang gewoond, een eerste en een tweede verdiep. Het magazijn herinnert Tandesila zich nog goed, een grote weegschaal, kisten eieren, de grote eiersorteermachine, die later naar Hoboken zou verhuizen, de camions. Het was een avontuurlijke ongewoon grote ruimte. Het verhaal ging dat Bompa Louis, en Bomma Julia, mekaar in de oorlog leerden kennen. Bompa was beenhouwer in het leger. Bomma had een sigarenhandel. In ieder geval zij hielden contacten met Vlaanderen en haalden er eieren en boter op om in Antwerpen te verkopen aan winkels , maar ook in hun eigen winkel in de Diepestraat.
Toen papi ongeveer 14 jaar was verhuisden zij naar Antwerpen, en tijdens WO II bouwden de 3 zonen samen de handel verder uit. De 2de zoon bouwde een verkooptoer bij Brusselse winkels uit. Gedurende ruime tijd konden er vier gezinnen van de handel leven. Tot ongeveer in 1954, toen bleek dit niet meer te lukken en moest het huis in Deurne verkocht worden, en gingen de broers ieder hun eigen weg. Papi was degenen die de zaak voortzette, en hij nam daarbij nog een winkel over in Hoboken, hij droomde van rijk worden, helaas bleek de zaak niet meer zo goed te draaien. Voor Tandesilake betekende dit dat zij haar droom om verder te studeren moest opgeven.
Na de dood van Bomma ging Bompa een nieuwe relatie aan met tante Jet. Zij gingen wonen in een appartementje en eens per jaar kwamen al de kinderen en kleinkinderen samen en werd er gekaart. Waarbij Bompa commentaar gaf. Toen de eiersorteer machine naar Hoboken kwam, kwam hij daarbij nog helpen. Samen met Andréke, de helper van papi, en Tandesila, sorteerden zij de binnenkomende eieren op gewicht.
Hij stierf aan kanker ergens rond zijn 75 jaar. Hij kende nog 2 van zijn achterkleinkinderen, Pierreke en Walterke.
Van hem komt het gezegde: “Charel, de eerste kogel moogt ge nog horen, bij de tweede moet ge al zover zijn, dat ge hem niet meer hoort”. Waarbij hij blijk gaf van het inzicht dat oorlogen niet gevochten worden voor edele zaken. Je zal maar 3 zonen hebben die kunnen opgeroepen worden om “je leven te geven voor het vaderland”. Niets is zo tergend triestig als een soldatenbegraafplaats met graven waarop staat “Zij gaven hun zoon voor het vaderland”. Jawel, we zijn nog altijd in dat bedje ziek, geven nog massa’s geld uit aan oorlogstuig. Wat voor soort zijn wij eigenlijk?

Andere tantes en nonkels
Tandesila’s grootouders Aloďs Maes en Julia de Ruyter hadden vier zonen: Charles, Albert, Joseph en Pierre. Pierre stierf als kind en Tandesila kende hem slechts (helemaal niet) via de verhalen van haar vader over het verdriet van zijn ouders.
Albert studeerde handelswetenschappen en had een hoog diploma. In de oorlog kon hij daarmee niets aanvangen en de handel in eieren en boter van zijn broer en vader konden extra handen gebruiken en zo slaagde hij erin om ook in Brussel een clientčle van winkels op te bouwen. Toen het minder goed ging in de handel (1954) kon hij zijn diploma toch nog te gelde maken en kreeg een goede baan. Hij trouwde met Leona, dochter van schippers. Tante Leona en Gusta (mami) werden vriendinnen en zij ging vaak mee wandelen op de Meir. Zij hadden afgesproken om in het frans met elkaar te praten om hun taalvaardigheid te vergroten, maar dat werden stilzwijgende wandelingen en zij hadden gewoonlijk toch veel te vertellen. Tandesila had de indruk dat haar mama opkeek naar tante Leona. Haar vader noemde haar ‘smoel bergop’ vanwege haar wipneus. Zij kregen 3 kinderen: Albert, Walter en Monique. Albert kon niet zo goed studeren maar hij ging in zaken en werd “miljonair”. Zo zie je dat de ongerustheid van ouders vaak het gevolg is van vooroordelen over wat er nodig is om in de samenleving je plan te kunnen trekken. Walter was een studiebol en maakte gewoon carričre en Monique had een hartziekte, maar groeide toch goed op, het laatste dat Tandesila van haar vernam was dat zij een krantenwinkel runde. De relatie met deze kozijnen en nichtje was nooit zo intensief op een enkele vakantie na en bloeide helemaal dood na de dood van mami.
Jozef, “koekejef” noemde Tandesila hem als klein kind, was de grappige oom, van hem herinnerde Tandesila zich vooral zijn hulp en plezante aanwezigheid bij de verhuis van de Diepestraat naar Berchem. Hij ging als jongste mee in de handel en trouwde met tante Margriet. Een dame die er trots op ging relaties met de vrouw van de dokter te onderhouden. Zij kregen een dochter Gilberte, die later mannequin werd en rijk trouwde. Zij veranderde haar naam in Jill. Maar ook hier verwaterde een weinig intensieve relatie.
Gust Ribbens en Leonie Goossenaerts waren de ouders van mami Gusta. Zij kwamen naar Antwerpen toen Vovi (Gust Ribbens) bij de spoorwegen kwam werken. Zij woonden hier in de Dambrugge straat in een appartementje. Zij kregen 3 dochters: Gusta, Annie, en Martha. Tussen elke geboorte was er 5 jaar, wat in het katholieke Achterbroek tot roddels leidde: “Ge zijt niet beter dan een ander” kreeg haar moemoe vaak te horen van afgunstige vrouwen. Maar Gust wist blijkbaar zeer goed waar je de mosterd haalde. En hoewel hij gelovig was, was hij toch een zelfstandige denker, toen het kleine Gustaatje bang was voor het donker en Kludde die op je nek sprong als het donker was ging hij met haar naar buiten om te voelen dat die angst ongegrond was. Later paste Gusta dit zelf toe. Toen een non in de school zij dat ze in je ogen kon lezen wat je dacht, keek Gusta haar in de ogen en dacht: “lelijk, ambetant mens, …” en de non merkte niets.
Tante Annie was het tweede zusje, zij trouwde met Nonkel Rik en zij kregen 4 kindjes: Eddy, Anita, Ingrid en Linda. Met hen hadden de kindjes van Gusta een iets beter contact, zeker toen ze klein waren. Hun huis in de Veldstraat in Antwerpen werd gebombardeerd tijdens de oorlog, en het kindje Anita overleefde dit slechts doordat een groot stuk plafond over de wieg kwam te liggen. Tante Annie was een zeer gelovige persoon, aanvankelijk Katholiek, later Protetants. Hoe dit gebeurde: Nonkel Rik was bij de pastoor gaan klagen over de seks met tante Annie. Toen de pastoor haar daarover aansprak riep zij haar kinderrijkdom als verdediging op: “Hoe denkt u dat zij verwekt zijn?” Vroeg zij. Zij beschouwde deze inmenging in haar huwelijksleven als ongepast en werd bijbels. Nonkel Rik was ook in de handel (juwelen?). En zij waren een tijdje zeer rijk, bouwden een villa in Kontich en gingen failliet. De herinnering aan het spelen met deze kinderen is niet vrij van schaduwen. Tijdens een vakantie aan zee, Sint Idesbald, kwamen zij op bezoek. De kinderen Maes hadden er goede vrienden gevonden in een Waals gezin dat daar ook altijd op verlof kwam. Maar Eddy wou persé Schild en Vriend spelen. Conflict dus. Na verloop van tijd verwaterde ook deze relatie, ieder ging zijn weg. Eddy emigreerde naar Spanje en stierf vrij jong. Tante Annie vond dat zijn geest daar ergens rond zweefde tot hij terug een lichaam vond. Zij woonde toen in een huisje in het bos. Tante Annie was de enige van de zussen die echt oud werd. Martha en Gusta stierven in het zelfde jaar. Martha was 44 en Gusta 54. Martha bleef in een operatie en Gusta was helemaal op, een combinatie van diabetes, een hartkwaal en een stressvol leven velden haar.
Tante Martha, de plezante tante en haar kinderen waren de meest intensieve contacten van de kinderen Maes. Tante Martha kreeg 5 jaar na elkaar telkens een zoon en hulp van de meisjes Maes was dan ook vaak welkom. Fernand, Patrick, Frank, Dirk en Chris vormden een woelig gezin. Hun vader Nonkel Charles, werkte ook bij de spoorwegen. De vijf jongens staken van alles uit: bijvoorbeeld vuurtje stook in de slaapkamer. Tante Martha bleef een vrolijk mens, als zij kwam helpen met de braderij was dit altijd zeer plezant. Zij bleef tot op het laatst een rebel. Toen zij stierf ontplofte de verhouding tussen vader en zonen. Arme moemoe Leonie die op een jaar 2 van haar dochters zag sterven en zich genoodzaakt zag om de jonge Chris, 16 jaar op te vangen. Nonkel Charles en Tandesila’s man konden goed met elkaar opschieten en meermaals ging de een bij de ander helpen. Dit tijdens de eerste jaren van het huwelijk van Tandesila. Dit waren rijke momenten in hun prille huwelijk. Nonkel Charles en tante Martha waren zeer aangename mensen om mee om te gaan. Dat hun drukke huishouden niet altijd netjes was, was dan ook een bijkomstigheid. Dat moemoe vaak met haar pensioentje moest inspringen om de eindjes aan elkaar te knopen bleek vanzelfsprekend.
De oorlog speelde in de jeugd van de zusjes Ribbens een belangrijke rol. De toekomst was onzeker en van het leven profiteren kreeg dan ook een heel andere dimensie. De jonge Martha zette graag de bloemetjes buiten, Annie werd verliefd op een muzikant (Rik) en Gusta benadrukte in haar opvoeding het belang van niet op te vallen. Was zij voor nichtjes en vriendinnen zeer vrijdenkend, zo kon Liliane, haar badpak bij ons komen natmaken om een rendez vous voor haar ouders te verdoezelen, voor haar eigen kinderen speelden toch striktere motieven. Liliane was het iets oudere meisjes dat de meisjes Maes onder haar hoede nam op weg naar school, met tram 16. Freud was nooit ver weg.

Verhuizen: het nieuwe huis

Diepestraat 101
Van de verhuis van de Erasmusstraat 50 in Borgerhout naar de Diepestraat 101, herinnerde Tandesila zich niets. Voor haar ouders en grootouders zal dit zeker belangrijk zijn geweest, want de Diepestraat, met zuivelhandel, werd hun woonst tot een eind na de oorlog (1946? 1947?). Moemi en Vovi woonden er beneden. De grootouders Maes verhuisden naar de Erasmusstraat. En in die context herinnerde Tandesila zich nog de grote koer met de houten trapjes waar zij met haar zus speelde. En ook de commentaar op de kwaliteiten van de nieuwe Eternit plaat die er stond en waar zij voorzichtig mee moesten zijn.

Weidestraat 5

De verhuis naar de Weidestraat 5 herinnert Tandesila zich vaag: het geloop op de trappen, het grappige van Koekejef, de camions. De Weidestraat zou tot haar 14 jaar de woonst worden van Tandesila’s gezin en ook hier zouden haar moemoe en vovo dicht bij blijven in de entresol. Het was een groot huis, met ruim magazijn voor eierkisten, veel slaapkamers, grote kamers. Een kamer werd in 2 gedeeld: een deel voor een badkamer en toilet, een deel voor keuken. Het meest intensieve deel van haar jeugd bracht Tandesila hier door. Vovi hield duiven op zolder. Vovi maakte van een opbergruimte op het eerste verdiep een open koer. Mami kreeg een vorm van reuma, haar gewrichten werden dik en pijnlijk en zij kon haar handen nog nauwelijks bewegen. Papi ging graag uit, was vaak dronken. Papi leerde tante Martha rijden met de camion. Toen mami ziek in bed lag mochten Tandesila en Christiane op straat spelen en zij leerden er enkele jongens kennen, Armand en François. Armand was zonder vader, een zoontje dat in de oorlog door een soldaat verwekt werd. Maar toen mami beter was werd op straat spelen verboden. Om naar school te gaan moesten zij met de tram en omdat ze nog zo klein waren moesten zij eerst onder de spoorweg door naar Liliane Yantchef die hen onder haar hoede nam. Later kwam daar nog Nicole van ’t Sas bij, een meisje dat in de Statiestraat woonde. En nog later Gabrielle Lefčvre, maar toen waren zij al oud genoeg om zelfstandig naar school te gaan. Gabrielle zat in de klas van Tandesila en bracht warme kastanjes mee. Op donderdag was het maar een halve dag school en wachten de zusjes bij de halte van bus 9 op broer die naar Sint Jan ging. In Sint Jan, op de meir, speelden ze ’s zondags films waar de 3 grootsten samen te voet naar toe gingen. De rode piraat bv, en films met Richard Widmark die erg op papi leek. Tony Curtis was de favoriet van Christiane en Buck Lancaster van Tandesila.
Eerste communies werden in Tandesila’s ouderlijk huis gevierd door na de mis in de kapel van ’t school op bezoek te gaan bij tante Plien. Tante Plien was een zus van moemoe en woonde met haar man en haar dochter Leontine in een beluik in een zijstraatje aan het Stuivenbergziekenhuis. Het beluik, de kleine huisjes, de binnenkoer en de lekkere cake van tante Plien, waren een uitzonderlijke ervaring voor Tandesila, een beetje een andere wereld. Tandesila nam de eerste communie zeer ernstig, zij probeerde de hostie in te slikken zonder op Jezuske te bijten, zij herinnerde zich dat ook Vovi te communie ging (De anderen niet?). Van tante Plien werd verteld dat zij Lisa, een dochter van een andere zus van moemoe, die niet voldoende moedermelk had, samen met haar eigen dochter Leontine borstvoeding gaf. Leontine was een eerder stuurse vrouw en Lisa was een vrolijke zorgeloze vrouw, wat aanleiding gaf tot de familiegrap dat Lisa al het zotte had weggezogen.
Dood van Vovi.
De jaren in de weidestraat hadden ook hun donkere kant. Mami leed erg van iets wat de dokters reuma noemden. Haar gewrichten zwollen, haar benen werden blauw en gevlekt, soms kon zij zelfs de bladeren van een boek niet meer omslaan. Allerlei medicatie werd op haar uitgeprobeerd. Zo hadden die op een gegeven moment voor gevolg dat haar tanden gingen losstaan. Vovi kreeg het bericht dat zijn hart het geen 10 jaar meer zou volhouden. En op een morgen in Augustus 1948 was het zover. Hij was papi uit de nood gaan helpen met zijn camionette en onderweg naar huis werd hij onwel. Hij zette zich aan de kant en wou uitstappen en stierf. Kennissen aan de overkant hadden dit gezien. Hij werd dood thuisgebracht. Onbegrijpelijk en een donkere ramp voor zijn dochter, zijn vrouw en zijn kleinkinderen. Vage herinneringen aan het gebeuren, aan het kijken uit het raam toen ze hem thuisbrachten…Voor Tandesila was dit onbegrijpelijk en zij bleef jarenlang het gevoel hebben dat hij zou terugkomen. Als 7 jarig kind kon zij de omvang van dit verdriet voor haar moeder en grootmoeder niet inschatten. Haar broertje werd er ziek van. Lisa een nichtje van mami nam Tandesila en Christiane mee naar Lillo om mami te ontlasten.
Lisa had zelf 2 dochters: Simonne en Diane. Al bij al werd dit een prettig verblijf. Het verband met de dood van vovi stond voor hen niet scherp vast. Zij herinnerden zich bijvoorbeeld het plezier dar zij beleefden in het springen in een laken boven een bed, tot het laken scheurde. Kortom Lisa zorgde goed voor hen.
Moemoe zag het na de dood van haar man niet meer zitten in de Weidestraat en papi regelde voor haar een “Stock Americain” in Tienen. Daar ging zij wonen met tante Martha, nonkel Charles en hun kindjes. Soms gingen Tandesila en Christiane er voor een paar dagen naar toe. Tandesila was gefascineerd door haar grootmoeder die altijd allerlei avonturen beleefde: een brand in de keuken, een vrijer die aardbeien kweekte: De Floere. In Antwerpen nam zij haar kleindochters vaak mee naar de Catch: ook dat vond Tandesila speciaal: er was altijd een goede en een slechte en de vrouwen in de tribune jouwden en moedigden aan.
Zo kwam het dat Lisa en haar gezin in de entresol kwamen wonen, en de Simonne en Diane ook op het tweede een slaapkamer kregen. En als mami al eens weg ging was dat op het tweede verdiep een feest, vooral als Ward, de echtgenoot van Lisa, de wacht had, mochten zij alles. Na een tijdje kregen ook Simonne en Diane een broertje: Raymonneke. De komst van dit gezin in hetzelfde huis was zeker voor de kinderen plezant, Christiane en Diane staken allerlei kattekwaad uit: kropen op de daken van de buren, sprongen van hoge kasten. Soms tot schrik van Tandesila. Wat voor Tandesila heel haar leven een warme herinnering was is het lachen van de 2 nichtjes Gusta en Lisa in de badkamer, zij konden dit op hun speelkoer horen. Elke vorm van vrolijkheid van haar moeder bleef heel haar leven een soort warm gevoel van troost, want dat haar moeder geen prettig leven had dat wist Tandesila zeer goed. Oh, het zingen van mami aan de zee, zo’n goed gevoel, zij konden het horen als zij het appartementje aan de zee naderden!!!
Een ander belangrijk element van het leven in de Weidestraat, was de ziekte van het broertje. Hij kreeg regelmatig longontstekingen en moest naar het ziekenhuis waar hij zuurstof kreeg. Vooral Christiane raakte in paniek als zij hem niet vond bij thuiskomst. Het was een voortdurende bekommernis. Op een gegeven moment moest hij volgens de dokter naar de buiten verhuizen. Moemi vond toen een boerengezin in de buurt van Tienen dat hem liefdevol opnam voor 3 maanden. Hij werd er door de boerendochters liefdevol vertroeteld en genoot, na een moeilijk begin, van het leven op de buiten, het smijten met koeienvlaaien was voor ons stadskinderen iets zeer speciaal.

Tantjim: een zus van papa’s vader, kwam ook een tijdje bij ons wonen. Zij kreeg ook een kamer op het tweede verdiep, hoe zij dat beleefde is voor de kinderen nooit een zorg geweest. Zij zal al dat lawaai in de slaapkamers wel niet prettig gevonden hebben en af en toe kwam zij dan ook reclameren. Bompa Maes zijn zusters waren geleerde vrouwen voor die tijd: privé secretaressen enz. Tantjim was een kleine dame van rond de zestig jaar met dun haar. Haar familie woonde in Zoersel in een mooi huis, met een grote tuin met kippen. Soms gingen zij daar op bezoek, daar werd er gekaart aan een grote tafel, wat Tandesila zeer interessant vond.
Op Zondagmorgen schaakte Tandesila met papi. Soms kon zij winnen (als hij een kater had?). Berchem was ook de periode dat papi een lief had, die 2 kinderen had: Conny en Fernand. Soms kwamen ze hen (toevallig?) tegen op Sint Anneke, soms gingen zij samen naar de bossen in Kasterlee, papi bracht hen ook mee naar de zee, toen nog in Wenduine. Berchem was ook een periode van voelbare spanningen en moeilijke incidenten. De breuk in broer zijn arm, toen wij op het punt stonden te vertrekken en die door papi werd rechtgezet, maar later weer uiteenging toen broer uit de zetel viel.

Mazelen.
Wie kreeg ze eerst? In ieder geval belandden al de kindjes Maes op matrasjes in de huiskamer. Maryske was nog maar een baby’tje. Mazelen was geen pretje, maar het samen verzorgd worden en weer beter worden was een goed en veilig gevoel. Helaas kreeg het babytje Maryse er een buikvliesontsteking bij en moest naar het ziekenhuis. Volgens de dokter was het de moedermelk die haar er door sleepte. Bij broertje Charles volgde er een longontsteking op als verwikkeling. Gelukkig genas ook dat, maar ook hij belandde in het ziekenhuis en moest beademd worden. Ook de andere kinderziekten deden de ronde. En alhoewel mami Tandesila bij de zieke Christiane liet slapen kreeg zij toch geen rode hond.
Studeren werd in de grote salon gedaan. Ieder moest zijn les 10 keer luidop lezen en de kleine Maryse, die nog niet naar school ging ratelde dan maar met een eigen tekst mee. Na afloop werden wij overhoord. Voor Tandesila werkte dit systeem want vanaf het derde leerjaar had zij altijd uitstekende punten.

Intens mooie, goede momenten

In de eerste periode van het leven van het kind Tandesilake, voor zij naar Hoboken verhuisden, kwamen vaak heel intensief beleefde onvergetelijk mooie momenten voor. Enkele ervan:
Sint Idesbald, na het vuurwerk, samen met moemoe en zusjes, vriendjes, broer, al spelend in de nacht langs de koninklijke baan naar huis lopen;
Nog in Sint Idesbald, de avond valt, wij zitten samen met vrienden in een put, te babbelen, van elkaar en de vallende duisternis te genieten en niemand roept ons naar binnen; die speciale sfeer als avond valt, de stemmen anders worden, alles zachter, gedempter…
Nog in Sint Idesbald, wij lopen naar huis en horen ons mami zingen met zo’n hoge mooie stem;
Berchem: Tandesilake ligt in bed, er komt licht binnen via het dakraam en plotseling wordt zij overspoeld door een intens geluksgevoel: hier te zijn, te leven, te voelen, te zien, er te zijn (13 jaar). Dit gevoel zal zij later nog dikwijls in haar leven ervaren, een gevoel van intense innerlijke wellust, los staande van gebeurtenissen, maar toch …
Gedragen worden: door Vovi, Papi, gekwetst in een bedje liggen…
Het licht kunnen aansteken als haar zusjes ’s nachts bang zijn om naar de pispot te gaan. Tandesilake gaat dan eerst uit haar bed om licht te maken…
Boter naar de kelder gaan halen en er een klein gaatje in prutsen om eraan de zuigen.

Intens moeilijke, verwarrende, pijnlijke momenten

Niet kunnen bewegen door een piepklein keffend hondje…
Papi slaat haar 5 jarig zusje en weet van geen ophouden, hij is dronken. Zij staan samen met mami in de andere hoek van de kamer, het duurt lang…
Tandesilake ligt in bed, en papi slaat haar zus, jaagt haar door de kamer…
Ruzie tussen papi en mami en papi trapt de deur in…
Niet weten wat er gebeurd is, wat er van haar gevraagd wordt, mami die boos is… Waarom?
Soeur Aldegonde nadert Tandesilake van achter en Tandesilake weet dat zij haar breiwerk verprutst heeft en dat zij uiteindelijk toch een vies kind is…
Marie-Renée vraagt of zij naar toilet mag, mag niet en pist in haar broek. Tandesilake heeft een scheet gelaten en Soeur Rosalie gaat de rijen af om de stinkende dader te vinden. Tandesilake houdt haar mond open, hopend dat de lucht daarin zal verdwijnen…
De verhalen van “het laatste oordeel” waar god zal oordelen en al haar zonden openbaar gemaakt zullen worden…en Tandesilake weet dat zij zulke vieze fantasieën heeft over de broers van… en de andere meisjes zijn zo zuiver…
We zijn aan de zee, en iedereen zit achterin de camion om naar huis te rijden. De hond grolt en papi slat de hond, haar zus heeft verdriet en Tandesilake weet niet wat zij moet denken…, moet zij haar vader afvallen?

Dromen

Twee typische angstdromen in de periode in Berchem: Tandesila wandelt door straten, plotseling weet zij, voelt zij, zonder dat zij iets kan veranderen dat zij tegen een zeer grote aap zal lopen. De andere: zij loopt weer door straten en komt in een buurt waar zij voelt dat zij in een kelder zal vallen. Zij valt in een blauw stenen heldere ruimte…

Nadenken over de toekomst.

In het eerste middelbaar besefte Tandesila dat haar leren zou leiden tot een beroep in een bureau. Dat zag zij eigenlijk niet zitten. Ze begon na te denken over hoe ze later verder wou leven. Dokter vond ze wel interessant, dat leek haar een mooi beroep. Maar in 1954 moest je daarvoor eerst de Latijnse doen, en zij zat in het middelbaar. Dit was haar eerste opstand. Dokter was niet meer mogelijk, maar laborante wel. OK. Dat wou zij dan wel en dan zou zij haar vierde middelbaar in een andere school moeten doen. Maar studeren was geen probleem voor Tandesila, daarin blonk zij uit. Maar…

Antwerpseseenweg 506.

Aan de periode in Berchem komt een einde door financiële problemen in de groothandel in boter en eieren van vader en broers Maes. Het huis in Deurne zal verkocht moeten worden en ook het grote huis in Berchem zal verruild moeten worden voor iets kleiner. Twee van de broers zullen ander werk moeten zoeken en papi zal ervoor moeten zorgen dat de zaak nog genoeg opbrengt voor zijn gezin en dat van zijn vader. Telefoontjes, spanningen, gesprekken: de weg naar oplossingen, een nieuwe situatie.
Een eerste rustige fase: Albert en Jozef hebben werk en een nieuwe woonst gevonden, ook Bompa Maes heeft een nieuwe woonst gevonden in de Guido Gezellelaan, een mooi appartementje dat hij met zijn nieuwe vrouw Tante Jet betrekt. Papi vond een huis in de Paulus Beyestraat, waarvan Tandesila en haar zussen en broers vooral de ruime kelders plezante ontdekkingstochten opleverden.

Maar dan… een van papi’s klanten in Hoboken…een winkel in kruidenierswaren stond over te nemen. En papi besloot de gok te wagen. Opnieuw telefoontjes, spanningen, maar ook hoop op rijkdom. Het contract werd gesloten. En Tandesila een klein mager ding van veertien jaar werd gevraagd om te stoppen met studeren en in de winkel te helpen. Eerlijk gezegd, durfde zij niet weigeren, al kostte het haar ook stille tranen. De kans dat zij zou mogen verder studeren schatte zij als bijna onbestaande in, en er werd beroep gedaan op haar plicht als oudste dochter. Dus … met studeren was het gedaan. Maar vroeg of laat zou zij daar een weg in vinden.

En toen kwam Pierre, die haar levenspartner zou worden.


Antwerpsesteenweg 490, daar woonde Ulleke, met haar man, klein Bompake, haar dochter Juliette, haar schoonzoon Jos en kleinzoon Pierre, een knappe kerel met donker haar. Ulleke, eigenlijk Eulalie, was geboren in San Antonio Texas. Het verhaal gaat dat haar vader gebeten werd door een slang en stierf en dat Eulalie en haar grote zus Maria daarom terug naar België kwamen. Ulleke had een winkeltje in stoffen en haar dochter Juliette was in de buurt bekend voor de kwaliteit van haar naaiwerk. Juliette leed aan een ziekte die haar belette te lopen. Ze had ook vaak last van zenuwtoevallen, wat eruit zag als ademnood, net niet het bewustzijn verliezen. Maria had 3 zonen: Ward, Gust en Julien. Vooral Gust speelde een belangrijke rol in het leven van Pierre toen hij nog klein was. Maria woonde in Destelbergen, haar zonen waren kleine boeren. Tijdens de oorlog en ook daarna konden kleine Pierre en zijn grootvader er vaak logeren. Toen Pierre papa en grootvader was, waren dit de gelukkige verhalen uit zijn jeugd.
Klein Bompake had zijn jeugd doorgebracht in een weeshuis, wat tot resultaat had dat hij een eeuwige afkeer van nonnen had. Hij was een stille man, die zich vaak terugtrok in zijn atelier. Zijn vrouw kon het niet hebben dat hij zat te lezen. Kleine Pierre vond bij hem een toevlucht als zijn moeder weer eens een toeval had, zijn vader en grootmoeder Ulleke waren dan vooral met Juliette bezig, zij waren daar in feite telkens helemaal kapot van.
Juliette, eigenlijk een lieve vrouw, zeer katholiek en kerkgebonden, zou pas een bredere visie op de wereld krijgen toen zij TV kregen. Zij waren dan ook de eerste in dit deel van de Antwerpsesteenweg die een TV hadden.
Jos werkte bij Dredging International op baggerschepen. Zijn hele leven werd bepaald door de ziekte van zijn vrouw. Hij was afkomstig uit een groot gezin: 4 zusters: Stien, Bertha, Margriet en Irma en een broer René, die in de oorlog overleed, zijn schip werd getorpedeerd op de weg naar huis. Hij was een stille, intelligente, lieve maar heel serieuze man. Voor de ziekte van zijn vrouw zette hij alles op zij, niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn zoontje. Iedereen moest zich aanpassen. Later, toen hij grootvader werd, moest zijn kleinzoontje eerst naar de Bomma toen die hem een spontane kus wou geven.
Ook dit gezin had in de oorlog moeten overleven en zien aan voldoende eten te komen. Er werd bloem gemaakt van aardappelschillen, papa Jos, probeerde soms een konijntje te strikken. Zij hielden ook nauw contact met de buren, wekelijkse kaartavonden, conflicten en vriendschappen, wederzijdse hulp.
In dit huis, helemaal aangepast aan een zieke vrouw, groeide kleine Pierre op. Dik ingepakt als hij buiten ging, vaak ziek, gebukt onder de voortdurende ongerustheid van zijn moeder. Schuldgevoelens op zich ladend als zij weer eens een toeval kreeg omdat hij slechte punten behaalde op school, of niet voldeed aan verwachtingen. De angst was een overheersend gevoel in dit huis, daarom mocht hij niet voetballen of koersen, zelfs als een buurman hem wou sponoren. Gelukkig vond hij avontuur en vriendschap in de Chiro. En zo leerde de familie Maes hem kennen. De kleinzoon van Ulleke trad op in een toneelstukje van de Chiro, en de meisjes Maes gingen kijken.
Ulleke was een dagelijkse klant in de winkel van de familie Maes. Toentertijd, nog weinig mensen hadden een ijskast, kwamen mensen 2 of zelfs 3 keer per dag hun inkopen doen. De ziekte van mami en de ziekte van Juliette bracht beide families dichter bij mekaar. Beide vrouwen gingen naar dezelfde Chiropractor. Na verloop van tijd kwam Pierre, die meubelmaker van beroep was, vaak helpen. Zo maakte hij schragen om groenten en fruit buiten te zetten, deed kleine reparaties in huis. Papi Maes had een voetbaltafel gekocht die in het grote magazijn stond, samen met de kinderen Maes kwam Pierre vaak een matchke doen of spelen met broer Charles, o.a. met een loodjesgeweer… en de meisjes maar werken
. En zo kwamen de 2 families steeds nader tot elkaar. Een groot verschil in beleving deed zich toen al voelen. In het huis Maes werd flauw zijn niet aanvaard, sterk en flink zijn werd aangemoedigd. In het huis Vereecken was het vooral angst en voorzichtigheid die de leidraad vormden. Dit uitte zich bv in het zwemmen in de Schelde, waar dit voor de kinderen Maes vooral een plezierige uitspatting was, was dit voor Pierre toch iets gewaagds, waar hij achteraf toch kon van genieten. Dit verschil zou heel het gemeenschappelijke leven van Pierre en Tandesila een rol blijven spelen.
daarom mocht hij niet voetballen of koersen, zelfs als een buurman hem wou sponoren. Gelukkig vond hij avontuur en vriendschap in de Chiro. En zo leerde de familie Maes hem kennen. De kleinzoon van Ulleke trad op in een toneelstukje van de Chiro, en de meisjes Maes gingen kijken.
Ulleke was een dagelijkse klant in de winkel van de familie Maes. Toentertijd, nog weinig mensen hadden een ijskast, kwamen mensen 2 of zelfs 3 keer per dag hun inkopen doen. De ziekte van mami en de ziekte van Juliette bracht beide families dichter bij mekaar. Beide vrouwen gingen naar dezelfde Chiropractor. Na verloop van tijd kwam Pierre, die meubelmaker van beroep was, vaak helpen. Zo maakte hij schragen om groenten en fruit buiten te zetten, deed kleine reparaties in huis. Papi Maes had een voetbaltafel gekocht die in het grote magazijn stond, samen met de kinderen Maes kwam Pierre vaak een matchke doen of spelen met broer Charles, o.a. met een loodjesgeweer… en de meisjes maar werken. En zo kwamen de 2 families steeds nader tot elkaar. Een groot verschil in beleving deed zich toen al voelen. In het huis Maes werd flauw zijn niet aanvaard, sterk en flink zijn werd aangemoedigd. In het huis Vereecken was het vooral angst en voorzichtigheid die de leidraad vormden. Dit uitte zich bv in het zwemmen in de Schelde, waar dit voor de kinderen Maes vooral een plezierige uitspatting was, was dit voor Pierre toch iets gewaagds, waar hij achteraf toch kon van genieten. Dit verschil zou heel het gemeenschappelijke leven van Pierre en Tandesila een rol blijven spelen.

Hoboken, Tandesila: 6 Juni 1961: Getrouwd!

Wij laten alles achter, trouwfeest, geëmotioneerde ouders, broers en zussen, grappige familie en daar begint een gelukkige, zeer gelukkige periode: de sleutel in het slot, de deur van ons huis…Oef, zo goed, eindelijk…
Het gevoel van samen ons eigen leven te beginnen, eindelijk zelf de verantwoordelijkheid te kunnen dragen, onze ouders niet meer met onze fouten op te zadelen.

Er groeit leven in de Zorgvlietstraat.


Geboorten: een kindje op de wereld brengen, het geheim van 9 maanden groeiend leven: voor de jonge Tandesila was dit telkens weer het wonder van het leven. Een intense rust en vreugde, een groeiend verlangen, het waardevol vinden van het leven op zich, elke keer anders, maar toch telkens weer groeiende intensiteit, het zich een voelen met het steeds verlangende, zoekende, ongekende. Maar ook telkens weer de blijdschap van het bouwen ven een eigen nest, samen met haar levenspartner. In eigen verantwoordelijkheid en kunnen.

8 november 1961: na dik negen maanden… geboorte van ons eerste zoontje, Pierre. De spanning van de eerste maanden zwangerschap: Tandesila die zich afvraagt “wat gebeurt er in mijn lichaam? Ben ik gewoon te laat met mijn regels (gebeurde wel meer) of groeit er nieuw leven in mij?” De argwaan van haar moeder, die haar sterk in het oog houdt, de vraag van haar zus “hoe gaat zij hier mee om”, de tante die pillen en brommer ritten voorstelt en Tandesila die wel weet dat zij graag een kindje zou hebben, maar niet weet wat er in haar lichaam gebeurt. En vader Pierre die mee bang is maar toch ook een kindje wil en trouwen en zelfstandig zijn. Stilaan groeien naar zekerheid: Ik ben zwanger, Mevrouw Gontcharuck die haar moed in spreekt om het thuisfront te trotseren en haar op het spoor zet van nieuwe wegen (Spock en Fromm). Eigenlijk een bevrijding voor Tandesila, maar toch ook spijt dat zij haar moeder deze spanning moet aandoen. Maar dan legt zij ’s avonds, tussen de lakens haar hand op haar buik en denkt je bent welkom, ik verlang naar je, groei maar, mijn kind (in die tijd had je nog geen predictors en kende je ook het geslacht van je kind niet voor het geboren werd). De confrontatie met vader en de schoonouders, maar vanaf dan wist Tandesila waar zij voor vocht, en zou zij het niet meer anders willen. En dan eindelijk 6 Juni, het huwelijk, de zelfstandigheid, het nemen van eigen verantwoordelijkheid: wat een groei, hoe goed was het in hun nestje na alle spanningen. Reeds de week daarop voelde zij leven: ze was worteltjes aan het bereiden en ze voelde schopjes tegen de gootsteen. Een bevalling werd toen voorgesteld als iets zeer pijnlijk, maar je had ook nieuwe trends zoals een pijnloze bevalling zonder medicatie maar door je lichaam erop voor te bereiden. Wat Tandesila actief deed: oefeningen, veel gehurkt zitten, … En stijfkop zoals zij was, was zij ervan overtuigd dat zij een gemakkelijke bevalling zou klaarspelen. De zwangerschap duurde langer dan verwacht, was voorzien voor 25 oktober, maar het werd 7 november voor Pierre zich aan kondigde. En toen, ze had samen met haar zus en haar echtgenoot naar een luisterspel geluisterd, haar zus was naar huis, zij gingen naar boven en haar water brak. De nieuwe papa ging Tandesila’s moeder met de fiets verwittigen, die verwittigde de vroedvrouw en op 8 november om 4 uur ’s morgens werd Pierreke geboren: een mooie jongen van 4 kilo met blauwe voetjes, zonder al te veel pijn, in vreugde, fierheid van de vader, en heel de familie wou er bij zijn. Op de Antwerpsesteenweg werd gedanst (daar woonden de nieuwe grootouders).

4 December 1964: Walterke, een geschenk van Pierre aan Tandesila. Het geplande kindje voor 1963 werd een miskraam. Voor de eigenwijze Tandesila was dit onbegrijpelijk, hoe kon dit? En was een nieuw kindje nog wel mogelijk. Maar in de vroege lente van 1964 werd duidelijk dat er nieuw leven op komst was in het gezinnetje. Het werd een voorspoedige, vrij zorgeloze zwangerschap, de zon van het geluk scheen alle dagen in het gezinnetje. De grote broer was een zelfstandig mannetje dat veel zelf kon. Hij ging al naar school en had een nieuw vriendinnetje: het buurmeisje Karin. Bij het doktersbezoek verwittigde de dokter haar dat zij de geboorte voor het weekend kon verwachten. Maar Tandesila dacht: “deze keer gaan zij mij niet hebben, ik wacht rustig af”. Maar ‘s anderendaags, vrijdag 4 december, brak haar water nadat zij het oudste kindje in bed had gestopt en de boel had opgeruimd. Vermits papa Pierre nog niet thuis was, klopte Tandesila op de muur van de buurvrouw, die in een telefooncel Tandesila’s moeder verwittigde, die op haar buurt de vroedvrouw verwittigde. Ondertussen kwam ook papa Pierre thuis. Toen mami zag dat de weeën erg sterk waren moedigde ze Tandsila aan, en de vroedvrouw moest snel uit de keuken komen om het nieuwe kindje mee op de droge wereld te brengen. Nog geen 2 uur na het breken van het water en de eerste wee werd Walterke geboren: een bloeiend zoontje met een scheve neus en krabbels op zijn voorhoofd. Een korte inspanning en twee goede sterke weeën waren voldoende om het nieuwe zoontje in de wereld te brengen. Bompa Maes zei: “die gaat weten voor wat hij moet vechten (zijn scheve neus)” en Pierreke was blij met het nieuwe broertje toen hij het ’s morgens ontdekte: “nu zijn wij met vier”. En Walterke werd een vriendelijk kindje (zijn neus kwam helemaal goed) en de beide broers lachten heel wat af. Maar in zijn eerste maanden weende hij veel en Tandesila was blij dat haar moemoe langs kwam om hem uit zijn wiegje te nemen en hem te troosten. Hij was daar duidelijk blij mee.

27 Januari 1967. En dan is hij daar eindelijk, het nieuwe broertje Patrick. Maar liefst 5 kilo. Midden op de dag meldt hij zich aan. Pierreke moet van school gehaald worden, Walterke huppelt vrolijk rond, de bestelde boodschappen worden gebracht. Tandesila heeft moeite om van de trap af te dalen. Moemoe was al aanwezig, mami wordt geroepen, het sneeuwt en papa Pierre zit op zijn boot. De vroedvrouw wordt geroepen en Walterke naar de buurvrouw gebracht, mami komt binnen “Ze ligt daar toch niet ergens” . Wil dat Tandesila nog gauw kousen wast (zo’n buikpijn, had Tandesila, maar mami was al niet gezond meer, ontstoken benen, nog niet ontdekte diabetes…). Steeds sterker weeën, maar daar is de vroedvrouw. Zij onderzoekt de toegang tot de buitenwereld van ons nieuwe kindje. “Zullen wij die 2 Charels (zenuwachtig rondlopende moeder en grootmoeder) roepen of doen wij het met ons tweeën?” . De vroedvrouw, Mevr. Verbinnen, heeft ook bij de bevalling van Walterke geholpen en weet dat Tandesila weet hoe ze goed moet persen en op de signalen letten. “Liefst met ons tweeën, “zegt Tandesila. Er komt een krachtige wee, Tandesila voelt het kindje naar buiten schuiven…en terug weg??? Een moment is Tandesila in paniek en denkt aan al de griezelverhalen die mensen over geboorten vertellen… de vroedvrouw stelt haar gerust en daar is weer een sterke wee, Tandesila zet al haar kracht op de juiste manier in, de vroedvrouw helpt, en een prachtig zoontje met rossig haar wordt geboren. Het blijkt dat de navelstreng erg kort en dik was. Gelukkig, maar uitgeput ontvangt Tandesila haar nieuwe mooie zoontje. Zij was te moe om te drinken en kan dit pas goed als papa Pierre rond middernacht (kon niet van boord wegens sneeuwstorm), haar kan helpen. Patrickske had tijdens zijn dubbele geboorte heel wat slijmpjes binnengekregen, ook voor hem was dit een zware geboorte geweest. Die nacht moest Tandesila papa Pierre vaak wekken om hun zoontje te helpen, zij was nog steeds moe van de geboorte. En zo begon voor het groter wordende gezinnetje een nieuwe intensieve tijd. Tijdens de borstvoeding dacht Tandesila vaak: “Kon ik die 2 maar in een box zetten terwijl ik hiermee bezig ben”. Die twee bengels wisten maar al te goed dat dit de momenten waren om de aap uit te hangen. Patrickske, een baby van 5 kilo, zo mooi.

18 Augustus 1972. Flower Power. Tandesila’s moeder die naar haar einde op weg is. De drang naar het leven in het aanzicht van de dood. De kracht van de dertigjarige Tandesila, de drang van de vreugde, de zoektocht naar de bedwelmende smaak van het leven. “Bom, bom, ik wil er zijn, ik ben er”. En in die volle kracht wordt Erwin verwekt, geboren. In een periode geladen met leven en zon en dood. Hij zal als eerste kind van Tandesila in een moederhuis de moederschoot verlaten. Midden in de nacht (12 uur!) wordt Tandesila gewekt door een donderslag en ze voelt dat haar water breekt. Papa Pierre is op zijn boot. Ze springt uit bed, kuist het water op en gaat naar beneden telefoneren. Ze belt naar Bompa Vereecken, die woont vlak bij. Bompa Vereecken hoort de telefoon niet (het niet kunnen slapen blijkt die nacht niet op te gaan), dan naar broer Charles die wel uit Zoersel moet komen en naar zus Christiane, om bij de broertjes te blijven. Alles staat klaar en de weeën zijn krachtig maar n iet erg pijnlijk. Broer brengt haar naar het moederhuis. Als zij op de afdeling “geboorten” komt hoort zij gekerm uit vele kamers. Het is een drukke nacht in het moederhuis. Tandesila wordt een bed in een wachtkamer toegewezen. En de weeën komen, krachtig maar niet erg pijnlijk. Een verpleegster komt haar handen wassen en ziet in de spiegel dat Tandesila al aan het persen is. “Niet persen, wacht op de dokter, hij heeft het gisteren al zo druk gehad.” De verpleegster verlaat de kamer op weg naar andere moeders in wording. Tandesila voelt de ultieme wee opkomen (net als bij Walterke), en gaat ervoor en daar is Erwin: 2 uur 15. Tandesila belt en de verpleegster helpt de flinke jongen van 4 kilo verder het leven in. Tandesila wordt op een zijspoor gezet en Erwin wordt naar de kamer ernaast gebracht (het is die nacht druk, druk..). Maar Tandesila wil haar zoontje bij zich “Ik hoor hem niet meer wenen” belt zij een aantal keer. Om van de last af te zijn wordt het nieuwe zoontje bij zijn moeder gelegd. Eindelijk. En als zij naar hun kamer worden gebracht ziet Tandesila dat Erwinneke’s oogjes de lampjes volgen. Het is een mooi levendig jongetje. ’s Morgens ziet Tandesila de zon door zijn haartjes schijnen. En papa Pierre wordt van zijn boot gehaald en komt ‘s morgens vroeg naar het nieuwe zoontje kijken. Van de zenuwen heeft hij nog bijna een botsing gehad. Reeds om 6 uur ‘s morgens voelde Tandesila zich terug sterk. De hele bevalling had nauwelijks 2 uur geduurd. En omdat zij vond dat de dienstdoende verpleegster nogal ruw met haar zoontje omging, stond zij telkens op voorhand klaar om het nieuwe jongetje te wassen en verzorgen.

1Maart 1978. Goede morgen, dag dochter. Ik wist niet dat ik zo naar een dochter verlangde, maar nu… het voelt zo speciaal aan, een wezentje dat uit mij gegroeid is en net als ik zal geconfronteerd worden met het zijn als vrouw. En in mij groeit het bewustzijn dat ik haar niet zal confronteren met de indoctrinatie van wat een vrouw allemaal moet zijn. “Neen, denk ik, terwijl ik haar in mijn armen houd en naar haar kijk, jou zullen ze niet wijsmaken dat een vrouw een zondig wezen is, iets waarvan je best allerlei lichaamsdelen verbergt, omdat het aanzet tot misbruik van je lichaam, iets waar je beschaamd voor moet zijn, jou zullen ze niet krijgen”. Ze is zo mooi, vroeger vond ik jongetjes mooier, maar mijn meisje is zo mooi… En ik bedenk hoeveel ik achter mij heb moeten laten om vrede te hebben met mijn lichaam. Er is niet alleen het geloof, maar ook wat mijn moeder zei: “Een goede vrouw is een hoer in bed, kuisvrouw in huis en madam op straat”. En ik dacht en waar ben ik dan? En mijn moeder leefde ook helemaal niet naar dit knechtend principe.
In zekere zin, mijn kind, ben jij het resultaat van mijn zoeken naar andere wegen. Toen ik eindelijk mijn getuigschrift lager secundair veroverde, gaf mij dit zo’n krachtig gevoel dat ik het uitzinnig met je vader heb gevierd en alle voorzorgen overboord heb gegooid, voor het intense van het moment, leven, lichaam zijn, Tandesila zijn. En toen…ik merkte… had ik heel intens het gevoel “Dit wordt een Martineke”. Maar al gauw dacht ik dan “wees realistisch, het zal weer een jongetje zijn” en wij kozen Robin als naam. Mijn zwanger zijn van jou ging met meer ongemakken gepaard, ik was bijna voltijds onpasselijk, en kreeg de laatste maand nog de griep. De dokter zei: “Als vriend feliciteer ik je, als dokter moet ik het afkeuren (gezien mijn 37 jaar)”. Maar de kerstvakantie, voor jij geboren werd, was een van de mooiste die je kunt beleven. Ook de laatste onbezorgde met je oudste broer en zijn vriend, in het appartementje aan de zee. Daarna werd deze relatie veel meer bezorgd zijn.
Waarschijnlijk door mijn ouderdom (of was ik zo beďnvloedbaar door mijn dokters mening?), was de bevalling deze keer wel pijnlijk, in die zin dat ik dacht “ik krijg dit kind er niet door”. Maar je was er toch op vrij korte tijd, je had een groot hoofdje, en het jubelde in mij “een dochter”!!.
Er hangt deze keer ook een grimmiger moederhuisverhaal aan vast. Op een gegeven moment komt een verpleegster binnen, kijkt in jou bedje, drukt op de alarmbel, en zegt “uw dochter is geel”. Ik uit mijn bed, ga voor je wieg staan. Men wou je onder een lamp leggen. Ik weigerde “Al mijn kinderen zagen geel op een bepaald moment”. Die lampen waren op dat moment een modeverschijnsel in de ziekenhuizen, Vinny kende een kindje die onder zo’n lamp verbrand was en hersenschade had opgelopen (is nooit meer goed gekomen, een drama in de familie). Ik argumenteerde met de dokter en hij vroeg of zij dan bloed mochten trekken. Dat liet ik toe. De resultaten werden mij niet meegedeeld, gelukkig kwam mijn vroedvrouw op bezoek, en die heeft zich kwaad gemaakt, is de resultaten gaan vragen, en heeft mij gerustgesteld. “Zet het kindje voor het raam”. En dat heb ik gedaan. En je was een gezond babytje, en wij gingen samen naar de Zorgvlietstraat, je papa kwam ons halen en iedereen was zo blij me ons nieuwe meisje.


Intermezzo Marc- Marleentje. Augustus 1963. Een mooie dag, met echtgenoot, kleine Pierre, moeder, zusjes en broer naar de zee naar Sint Idesbald om Maryske te gaan bezoeken die daar op kolonie is. Het is wind, er wordt gegocart. Maar Tandesila doet niet mee. Zij is stil gelukkig met het 2de kindje dat op komst is. Het is een wenskindje dat zowel Pierre als Tandesila verwachten. Ze gaat met mami taartjes eten, lekker babbelen. Maar ’s avonds op de terugweg in de camion, heeft zij rugpijn. Diezelfde nacht krijgt zij bloedingen, schoonpapa Jos doet haar naar het ziekenhuis. Het is een miskraam. Het kindje zal niet zijn. Bijna 3 maanden.
Dat had de eigenwijze Tandesila niet verwacht. Naast het verdriet is het voor haar ook een schok. Plotseling ondervindt ook zij haar kwetsbaarheid. Het zo grote vertrouwen in haar lichaam en haar zijn, waardoor zij de bevalling van haar oudste kindje zo mooi en goed heeft kunnen doen verlopen, krijgt een eerste schok. En er is ook de schrik dat zij geen kindjes meer zal kunnen krijgen. De wereld lijkt haar veel somberder toe. Er is in die periode ook veel mist. Eigenaardig genoeg denkt de Tandesila van toen, die een geloof in God verlaten had: “En had je dan geen zieltjes meer over voor mijn kind”. Het verstand en het gevoel lopen niet altijd samen.
Jaren later, als haar eigen dochter met een miskraam geconfronteerd wordt, en Tandesila het kleine tere vruchtje, met de dunne armpjes en beentjes ziet, zal zij het wonder en de pijn van het leven helemaal ervaren. Het mooie kwetsbare van ontluiking. Het mooie en kwetsbare van deze wereld, ontstaansgeschiedenis van het leven.

Verdriet, troost, liefde, pijn, samen zijn.

Een ongelooflijke mooi samenkomen, nacht en dag diep ingegrift in het samen op deze wereld zijn: Tandesila komt thuis bij haar moeder na haar miskraam, haar zoontje Pierre, die helemaal de kluts kwijt was vliegt in haar armen, zal haar de eerste weken niet meer ui het oog verliezen. Zij brengen samen de nacht door in de kamer van mami. Heel de nacht wordt er gepraat en graag gezien, mekaar leren kennen op een zeer intieme manier, in diepste gedachten en teleurstellingen, maar 3 zieltjes zo dicht bij elkaar… elk vanuit een ander moment in het voortkabbelen van hun eigen leven.
Softenon.

In 1964 ontvouwde zich een drama in de wereld. Een pretentieuze medische wetenschap, die dacht de hele wereld naar haar inzichten te kunnen inrichten, had een medicijn gevonden die de misselijkheid van jonge moeders moest verhelpen. Helaas, was dit medicijn er de oorzaak ban dat veel kinderen zonder armpjes of maar halve geboren werden. Ook verstandelijk was er veel met deze kindjes mis. In Tandesila’s straat werd zo een kindje met een half armpje en misvormde handjes geboren. Gelukkig was Tandesila niet zo gelovig in de medische wetenschap, haar moeder had door haar ziekte veel nadeel gehad van de proeven met nieuwe medicu-ijnen en gaf haar kinderen die gezonde achterdocht mee. Tandesila’s huisdokter die hier van op de hoogte was, raadde haar aan om bij misselijkheid ’s morgens worteltjes te eten. En zo werd Walterke, een gezonde flinke jongen. Maar ook de nodige achterdocht bij het intens gebruik van de lampen in de moederhuizen, benaderde Tandesila met de nodige achterdocht. Specialisten mogen geen roekeloze vakidioten worden!!!

Dood van moeder.


Tandesila zal haar heel haar leven lang zo zien zitten, de mama die zo graag snoepte, die haar troost erin had kunnen vinden. Afgepaste hoeveelheid toastjes, geen suiker, geen zout. De geur van toastjes, de tafel in de keuken, de peignoir…Mama zelf helemaal gekrompen, een dunne versie van de eens zo mooi mami, voorzichtig in de richting van gekromd, niet goed meer kunnen zien. Zij die foto’s van haar kinderen bewaarde voor haar oude dag en ze niet meer zag…en ze was nog helemaal niet oud, nog geen 54 zou ze worden. De zus van mami, die haar vertelde dat zelfs de platte kaas die ze at suiker bevatte. En zij was boos op hen omdat zij het niet verteld hadden. Maar Tandesila en haar zus wisten dat, zagen, voelden, dat die platte kaas geen verschil zou maken… Dat mami naar het einde ging. En ze kreeg griep en waanbeelden, deed ongewone dingen…"Tandesila" zei, mami, “ik was er zo fier op dat ik weliswaar een zwak lichaam had, maar mijn geest was mijn sterkte en fierheid en nu wordt ook dit mij afgenomen”. Tandesilake, vol stil, schrijnend verdriet: “Ach mami toch, je bent een mens, een lieve waardevolle mens maar een mens…”. En de rest was pijn aan beide kanten. En Tandesila ging weer naar huis, naar haar eigen kinderen. En mami bleef en keek naar TV, waar zij alleen schaduwen zag, van dansende of showende mensen, herinneringen aan een veel te kort en moeilijk leven.

Bedenkingen van een oude vrouw.


Voel ik nu zo’n intense vreugde omdat het einde mij al eens in het gezicht heeft gekeken?
Moeder, waarom deden wij mekaar zo’n pijn. Ik jou ook, sorry, maar jij mij toch ook. Ach, wij zijn volop moeder en dochter geweest, en dat was goed. Ik heb volop van je gehouden, steeds naar je verlangd. En ik heb van onze verhouding ook veel geleerd over de moeilijke relaties van moeder en dochter, op het moment dat de dochter naar haar eigen zijn op Zoek gaat.
Vind ik het erg om geen mooie wereld voor mijn kinderen en kleinkinderen achter te laten? Zeker weten, vooral beseffend dat het echt de mensheid zelf is die uit Onkunde?, Machtswellust? Machteloosheid? Neiging om alles zonder respect te gebruiken? die er schuld aan is: oorlogen, uitbuiting, ongevoeligheid tegenover dieren, mensen en planten. En toch denk ik dat de mens veel capaciteiten heeft om een waardevol leven voor zichzelf, maar ook voor anderen te creëren. Of dit gaat lukken is een vraag die ik niet kan beantwoorden, soms getuigt het van wijsheid om toe te geven dat je het niet weet. Misschien is er een andere soort, met een ander bewustzijn, in een verre toekomst die er toch in slaagt om al het goede dat deze aarde biedt vreedzamer te benutten. Wij zijn tenslotte ook een deel van het levende bewustzijn van het universum.
To be or not to be? Vaak maak ik me ongerust over de toekomst van mijn kinderen, kleinkinderen en nu ook achterkleinkinderen. Hoe zal de wereld eruit zien, nu wij maar voort blijven denderen zoals zatte soldaten in een trien, hoe zullen zij moeten leven? Zou ik zelf nu nog geboren willen worden? En mijn antwoord is ja, maar ik weet dat dat niet voor iedereen geldt. Sommige mensen vinden het leven een last, en vaak terecht. Stel je wordt geboren in een land waar je veel kans hebt dat je kinderen sterven van de honger, of kans lopen om mishandeld te worden. Maar toch heb ik gezien hoe mensen vasthouden aan het leven, zelfs als het erg moeilijk wordt. Zo bijvoorbeeld mijn zus Christiane. Maar mami zelf verlangde naar het einde van haar strijd. Toen haar jongste zus Martha, volkomen onverwacht overleden was, zij zei (zij was toen reeds zeer ernstig ziek en zou een half jaar later zelf overlijden): “Zij is er reeds door en ik moet er nog door, en daarna is er niets”. Ik heb echter een lichaam dat wil leven, en ik heb goesting om te leven en ik verga van de goesting om het kapotmaken van onze wereld tegen te gaan. Eigenlijk ben ik van binnen zeer kwaad op al wie willens en wetens oorlog voert, mensen honger laat lijden, mensen klein houdt en vernedert terwijl wij toch in een wereld zouden kunnen leven waar het goed is, als sommigen maar niet zo hebzuchtig en machtswellustig waren! Maar ondertussen adem ik, zingt mijn lijf van danslust en ga ik verder, genietend van elke dag…Pluisjes strooiend zoals een paardenbloem…Ik ben…nog steeds…al volle 79 jaar…


“Moemoe, vroeg mijn kleinzoon, zou jij niet graag twintig jaar zijn?
Hier sta ik dan, Zeventig jaar. Zeventig afgewerkte jaren, Ik heb mijn best gedaan. Wat ik fout deed kan ik niet meer veranderen. Maar er was zoveel goed, Zoveel leren, zoveel bijsturen. Zoveel graag zien, Zoveel mijn hart volgen tegen beter weten in, En toch deed ik mensen pijn. Moed was een van de dingen die ik belangrijk vond, En waar ik dus aan werkte. Een leven geregeerd door angst vond ik geen leven. En mensen keken naar mij Met de verwachting van stevige commentaar, Maar ook hulp, of goede raad. En ik was mens tussen de mensen. En zo voelde ik me goed. Ook vriendelijk zijn was zoiets, Gewoon zijn, mezelf niet opblazen, En toch niet overdreven bescheiden zijn, Voldoende zelfvertrouwen, Steunend op de kennis van mijn sterkten en zwakten, Steeds wetend dat ik kon leren. Het leverde mij veel vriendschap op. Een glimlach en een groet van een onbekende, Het was mijn zon voor die dag. En toch faalde ik vaak, Verloor mijn geduld, was harder dan ik bedoelde. Hoe ga je met machteloosheid om? Hoe verdedig en bescherm je kinderen tegen de harde wereld, De mensen die erop uit zijn te kwetsen. Mensen die zich slechts groot kunnen voelen als jij klein bent. Hoe maak je van je kinderen geen weerloze mensen, En leer hen toch ook met anderen rekening te houden. Vallen en opstaan en weer verder gaan. Ik weet het vaak niet en probeer mijn weg in te vinden. In het boeiend avontuur dat het leven is. Nieuwsgierig zijn, veel willen weten, Maar vooral begrijpen En wat heb ik jou dan te bieden? Ik kan je enkel vertellen wat werkte voor mij, Zonder zeker te zijn dat het werkt voor jou. Zeventig jaar varen op een eigen koers, Omdat ik de aangereikte koers niet goed vond. "De baas blijven, hard werken, je niet laten foppen..." Wou ik dat? Neen...Ik zou geen kinderen slaan, Geef je hen dan niet het recht kleine broertjes of zusjes te slaan, Omdat zij sterker zijn. Mooie herinneringen opbouwen, Plaatsen, gebeurtenissen, mensen, Een kind dat in je groeit, Dat je op de wereld brengt en dat tegen je zegt: Jou weg is de mijne niet. Ga, mijn kind ga, ik laat je los” Passie zoeken en het vooral bij jezelf vinden, En merken dat je alleen staat. Ik werd nederig van het leven, Leerde te vechten vanuit een machteloze positie, Ik heb nu eenmaal geen spierballen, Maar ben eerder klein van stuk. Mijn kracht zit meer in mijn passie, En mijn kunst om vol te houden, niet op te geven. En vaak lukte dat. Wie zich opblaast,krijgt een opgeblazen reactie terug,en men snoeft tegen elkaar op, En gaat met pijn naar huis,en de schrik om zijn gezicht te verliezen. Gewoon een oud vrouwtje met tijd zijn, wil ik dat opgeven om weer jong, onzeker en kwetsbaar te zijn Mijn ouders terug pijn moeten doen,omdat ik mijn eigen weg wou gaan,en nog niet wist hoe het voelde Als je kind plotseling de zon uit je verleden haalt,door met veel pretentie te zeggen: "Ik ga mijn eigen weg.Die van jou is maar zozo!"

Brief aan een vriend


Dag Riad,
Even een briefje om je ongerustheid over mij weg te nemen of eerder om het in het juiste perspectief te plaatsen. Soms bel je mij en denk je dat ik de moed laat zakken, maar dat is niet helemaal juist en is ook vaak een momentopname.
Soms ben ik ook gewoon vrolijk en beeld ik het vliegen van vogels uit in mijn schaduw terwijl ik wandel. We zitten in een nieuwe fase van onze globale cultuur en dat vraagt denkwerk en aanpassing. Het verschil tussen jou en mij is dat jij
veel meer op je innerlijke wereld en beleving focust, terwijl ik veel sterker omgevingsfactoren waarneem en ze ook opzoek. Ik voel mij zeer sterk betrokken op de wereld en erger mij eraan dat de mensheid er zo roekeloos mee omgaat. Ik wordt
daar eerder strijdlustig dan droevig van. Want ik zie ook mensen die de moed nooit opgeven en blijven zoeken naar tijd en ruimte om een goed mensenleven uit te bouwen voor zichzelf en hun naaste. Waarbij ik denk dat je naaste steeds ruimer wordt
en het niet meer doenbaar is om dit tot je eigen clan te beperken. Ik ben terug Chomsky aan het lezen. Het herlezen van Mernissi maar ook “La pričre des oiseaux” heeft mij doen beseffen (je mag het in twijfel trekken) dat de huidige Crisis toch weer een
poging is tot het vernietigen is van een cultuur. De cultuur van de broederschap en de warmte vervangen door die van de koele berekening en de meedogenloosheid van de wetenschap. Een voorbeeld is ook de reactie van een viroloog op de feestvreugde na een
overwinning in de sport. Ik ben ervan overtuigd dat zij deze koele cultuur superieur vinden, net zoals wij christenen onze cultuur superieur vonden aan de Afrikaanse en wij vonden dat wij het recht hadden om hen te bekeren en te gebruiken. Tekenend is dat
het decennia duurde voor wij tot het inzicht van de daarbij horeden misdaden kwamen, en dat er nog steeds mensen te vinden zijn die vinden dat wij gelijk hadden. (Wij is hier geen goed woord, want heel wat mensen hier wilden gewoon zelf proberen gelukkig
te zijn niettegenstaande alle hoogdravende principes die door hun strot geduwd werden).
Iets anders is mijn persoonlijke toekomst: die kan kort of lang zijn, en ik zal hem zo goed mogelijk beleven vanuit mijn eigen zijn. Misschien met nog leuke nieuwe dingen, maar misschien ook in vrede met de minderende krachten van een oude vrouw.
Ik vind de stappen die jij zet in je eigen evolutie getuigen van moed en dat apprecieer ik zeer. Tot binnenkort,
Leona

Ochtendoverpeinzingen op 77. Goede morgen Leona,
Gij die mijn zijn vorm geeft,
Gij die kromde zoals een boom,
Om het zonlicht te vinden,
Te zoeken “Wie ben ik”,
Die het mooie in licht, klank en gevoel
Opzocht en ervoer.

Kwaad werd van de mens,
Die willens en wetens,
De ander verknechte, pijnigde, uitroeide en vernederde…
En toch de mooie potentie zag van het wezen “mens”.

Voor ik u moet verlaten, wegens uitgebloeid,
Wil ik nog een poosje met je samen zijn,
Nog wat laatste vruchten afwerpen,
De zoekende


Wordt vervolgd;

Als de wereld een global village wordt...

Zal elke griep, elke verkoudheid, een pandemie worden..
Maar allicht zullen wij dan ook samen sterk worden,
Samen weerstand opbouwen...
Een gezonde omgeving en goede gezondheidszorg...
Wij moeten ervoor gaan...
Laat de toekomst eindelijk worden vrede, liefde, schaduw en zon en regen..
Onze planeet kan mooi zijn... niet meer vernietigen.. Maar samen de hand aan de ploeg slaan en FEESTEN .

Kan je als mens van zeventig plus zelf meedenken over je leven, of kan het beleid zomaar beslissen om je af te zonderen? Om je voor ziekte of dood te behoeden?
Een leven van ervaring en opgedane wijsheid aan de kant schuiven? Kan men? Men doet het gewoon!! Niet laten doen zeg ik, op je strepen staan.
Een gezegde van de Nigeriaanse nobelprijswinnaar: "DE MENS STERFT IN IEDEREEN DIE ZWIJGT IN HET AANGEZICHT VAN DE TIRANNIE"
Omdat ik bekommerd ben over de toekomst van mijn achterkleinkinderen, en de tamheid merk waarmee elke beslissing die onze vrijheid beperkt wodt onthaald
Deze brief aan de ouders van mijn achterkleinkinderen:


Aan de ouders van mijn achterkleinkinderen,
Jullie komen niet naar mij dus kom ik naar jullie.
Dit boek geef ik jullie en omdat ik er niet van uitga dat jullie het onmiddellijk gaan lezen verwijs ik jullie naar het slot waarin staat:
“De Europeanen (mijns inziens alle mensen) zijn eeuwige vroedvrouwen van hun omgeving: elke interactie die ze ermee hebben leidt tot de geboorte van een nieuw Europa.
Laten we hopen dat deze generatie bestaat uit vroedvrouwen met visie.”
Ik vraag nu aan jullie om goed na te denken aan welke toekomst voor jullie kinderen jullie meewerken.
Een toekomst waarin ze vrij kunnen bewegen, hun eigen weg zoeken, omgaan met vrienden die ze zelf kiezen, kunnen experimenteren met dansen, zingen, vriendschappen,
hun visie kunnen toetsen aan die van anderen. Een toekomst waarin ze zelf kunnen bepalen, welke grenzen zij zich willen opleggen.
Of een toekomst zoals in een dierentuin, met regelmatig controle van hun gezondheid, de nodige vaccinaties. Zeer veilig, wegkwijnend in verlangen naar… wat was leven ook weer?
Of een toekomst zoals in een veehouderij waar je in de zomer buiten mag mits je aan allerlei tests voldoet. En in de winter in je kot blijft om 100 jaar te worden.
Wat je verder in dit boek kunt lezen is hoe mensen ontstonden, zich aanpasten, weer verdwenen en tenslotte de wereld beheersten, maar dat wij nu evolueren naar “Homo Stupidus”,
gevangen in onze eigen kortzichtigheid, waarin van wetenschap een geloof gemaakt werd in plaats van een toetsbaar gegeven. Blijven wij nestvervuilers of proberen wij ook de
komende generaties mensen dieren en planten ook een kans te geven.
Ik alvast, ga voor een dansende, genietende oude dag, ik laat mijn vrienden niet in de steek voor een virus dat zelf soms niet opgemerkt wordt als ze niet in je neus of
je keel peuteren. Ik ken enkel twee mensen die ziek geworden zijn van dit virus, maar ook na een dikke week genazen, en de sterfgevallen beperken zich tot een: een man
die een hersenbloeding had gehad en in het revalidatiecentrum besmet werd en stierf, niet aan het virus, dat hij wel had, maar die stikte in zijn voedsel.
Wat mij betreft: liever een leuk, zorgzaam jaar dan nog dertig jaar kijken op mijn muren. Ieder mens is sterfelijk, het zijn de jaren tussen je geboorte en je dood
die je gegeven zijn. Mensen kunnen mooi zijn, maar op dit moment is de mensheid gevaarlijker dan virussen.
Groetje, van Jullie dansende, tot het eind toe beminnende, strijdende en genietende grootmoeder. Leona.
It will take more than a virus tot castrate me!!!Even if it kills me
Ik wordt dit jaar 80 en kon mijn leven samen met mijn partner, kinderen, kleinkinderen, vrienden en buren uitbouwen tot een leven dat de moeite waard was en is!!!
Het boek waarover het gaat is: Europa, de eerste honderd miljoen jaar. van Tim Flannery.

Samen mens zijn, kiezen voor zorg?

Wandelen in de zon, onder een lucht die jaren niet zo blauw geweest is,
Zonder uitwaaierende elkaar dooreen strenglende strepen van uitlaten,
Wandelen met veel minder achtergrondlawaai,
Onze oren verward achterlatend.
En dan zie ik jou, een medemens, een stamgenoot, Doorheen de geschiedenis hier aangewaaid,
En ik merk vriendelijkheid, nood aan een babbel,
En wij praten, over koetjes en kalfjes en Corona,
En de eenzaamheid van opgesloten oudjes,
Die we kennen. Die we kennen en niet kennen…
En als ik verder ga…
Een koppeltje, soms oud soms jong,
Genietend van stille straten, zich afvragend…
Moest dat nu al die drukte? Ouders met kindjes, zo mooi
Een kind dat zijn eerste stapjes doet,
Een nog niet geheel geschaafde kleuter,
Zijn vriendje gauw een verboden knuffel gevend.
En altijd weer…mensen met een masker,
Angstig, snel hun weg verder zettend.
Voor mij, een oud mens is het zo goed onder mensen te zijn,
Sterfelijk ben ik, sterven zal ik, maar ondertussen…
Wil iedereen voor mij boodschappen doen, mijn vuilbak dragen naar..
Maar dan zeg ik NEE, dan verkommer ik,
Sluit men mij op …
En dan denk ik…
Wij moeten werken aan een toekomst met veel pleinen en parken,
Wij moeten soaps vervangen door samen lachen en spelen,
Een gastvrije plaats waar slachtoffers van klimaat en oorlog,
Een nieuwe thuis vinden, waar we samen de groenten uit de grond halen,
Een pleistertje op elkaars wond aanbrengen,
Troosten bij liefdesverdriet, samen een pruimentaartje eten.
Wakker worden met het geluid van kinderstemmen.
Niet ver weg, maar dicht bij huis…
Kunnen wij dat??? Ik wens, ik wil… en jij, jonge mens?

Ook dat is vooruitgang...

Tijd krijgen om te genieten van mekaar, vrienden maken, voor mekaar zorgen, samen spelen, dansen, fietsen, babbelen,
Tijd om je kinderen te leren kennen, om je vriendschappen te verdiepen, tijd om conflicten op te lossen,
Tijd om van zon en regen te genieten, je eigen lichaam te voelen, tijd om te rusten...om alleen te zijn
Tijd om samen oplossingen te zoeken, je buren te leren kennen, samen aan de wereld te werken, een park te bezoeken, plonsen in de vijver...
Vooruitgang is niet veel hebben, maar veel zijn
Wij moeten ervoor gaan...
Laat de toekomst eindelijk worden vrede, liefde, schaduw en zon en regen, jij en ik..
.


Droom van een Wereld


2020: Hier zijn we dan beland. In de antroposfeer: een wereld gemaakt door mensen, of liever een poging tot beheersing van de ganse aarde door dat wezen dat dacht het doel van alles te zijn. Een wezen dat in zijn hoogmoed zichzelf enkel ondergeschikt wou achten aan een onbereikbare grootheid, en in diens naam zowel plant als dier als medemens knechtte. En in zijn meedogenloosheid en ultieme waanzin een aarde waar het zo goed leven kon zijn verkrachtte uit hebzucht en blind verstand: meedogenloos de vruchtbare laag openscheurend om, wat jaren opgebouwd was uit te buiten en tot machtsmiddel te maken. Dat er niet voor terugschrikte om het woongebied van mens en dier te vergiftigen om goud te doen blinken. En de mens zag met veel ogen hoe er steeds meer dieren uitstierven, hoe zijn medemensen van hun eigen habitat werden verdreven door oorlog of vernietiging van hun mogelijkheid tot voedsel en drankverwerving. Waarom bloedde zijn hart niet bij het zien verdrinken van al deze lotgenoten, waarom zond hij soldaten om mensen af te houden van het verder zetten van hun leven? En toch … een wezen dat tot intense samenwerking en zorg in staat was en is. Mens zijn, als mens geboren worden heeft zo’n mooie potentie in zich. De potentie om gewoon te genieten van al het mooie, van de zorg en de liefde die het kan geven en ontvangen. De potentie om samen te filosoferen en na te denken over de geheimen van ons heelal en het wonder van het leven dat overal opschiet waar het kans krijgt. Het wonder van een wereld van bewustzijn. Waarom kon het niet in dankbaarheid om het leven dat zich in hem verwezenlijkt had, samen met wie hem omringde te vieren nadat het weer eens in staat was geweest om met allen in voldoening de avond bereikt te hebben? Een antwoord dat deze oude vrouw bedacht, is dat de mens als wezen een probleem heeft met het omgaan met macht, zowel als misbruik en aanleiding tot meedogenloosheid, als met onderwerping en streven naar afschuiven naar verantwoordelijkheid: “Help, ik wil niet denken, leider doe jij dat maar, ik zal gehoorzamen”.

En toch… is het niet onvermijdelijk dat wij zo doorgaan. Ik zie mensen die tegen deze stroom inroeien, die halt roepen, hun leven en welzijn inzetten om tot een mooie leefbare aarde te komen. Ik zie jonge mensen in opstand komen tegen het leed dat levende dieren wordt aangedaan. Ik zie mensen die zich niet neerleggen bij het feit dat medemensen in vluchtelingenkampen worden opgesloten of ‘s nachts aan de kou worden overgelaten. Ik zie mensen die massaal op straat komen tegen een steeds groter worden verschil tussen arme en rijk, tegen oorlog, mensen die voor respect voor onze, en onze medelevende wezens strijden. Maar dan zie ik ook…hoe al deze mensen de mond gesnoerd wordt met een ultiem wapen: ANGST. Voor mekaar.
“Pas op: ieder mens is gevaarlijk voor de ander: blijf uit elkaars buurt, knuffel niet, geef geen hand”.

En daarom laten wij de ander in eenzaamheid sterven. SCHANDE. Een stervende heeft zijn vrienden of familie nodig, al was het maar om zijn uitbloeiend leven niet van zijn zin te beroven. SCHANDE voor al wie hier aan meewerkt. Corona is geen pest, waartegen wij machteloos waren, het risico daarvan is niet vergelijkbaar.

En toch… wil ik blijven hopen dat de menselijke potentie om aan te voelen en na te denken, om de vreugde van te delen, om mee te genieten van het zien en voelen van een warme samenhang de mensheid zal aanzetten tot herstel en creatie van een samenleving waar het niet enkel voor enkelen goed is om leven. Een, mijns inziens goed teken is dat veel jongere mensen, de komende generatie, zich bewust is geworden van het bewustzijn dat ook elders in onze omgeving te vinden is. Mijns inziens is het al te gemakkelijk om te stellen dat enkel de mens bewustzijn heeft. Het mysterie blijft. Wij snappen ook niet alles. Kijk naar de boom of de bloem die zijn takken reikt naar de zon, wiens wortels op zoek gaan naar voedsel. Zijn wij zo uniek? Kunnen wij andere oplossingen bedenken dan steeds maar uitroeien wat ons in de weg staat. Ik hoop van wel. Ik denk dat de mens de potentie heeft om te groeien tot een mooi waardevol wezen.

Wat is er dan misgegaan. Hoe zijn wij kunnen evolueren naar zo’n meedogenloos wezen? Met wezen bedoel ik niet “een mens’, maar de mensheid die als een pletwals over de wereld gaat, en desnoods ook over soortgenoten. Hoe komen wij tot een cultuur die het goede in de mens laat prevaleren op zijn zucht tot dominantie en onderdrukking. Als ik naar zeer jonge kinderen kijk, voor zij door de mangel van de beschaving zijn gegaan, dan ben ik hoopvol gestemd. Kijk hoe zij genieten van buikjes tegen elkaar wrijven, van samen lopen, de wereld omhelzen met heel hun wezen, de blijdschap bij het geven aan een vriendje, de warme hartelijke omhelzing aan ouder, grootouder, of tante, het ontdekken van de eigen mogelijkheden…he, ik kan stappen.

Laten wij dus bij het begin starten. Hoe komen wij tot een cultuur waar een mens de ander niet ziet als een concurrent, maar als een partner in zijn weg door het leven. Als ik naar jonge kinderen kijk, valt het ook op dat zij niet vanzelfsprekend altijd vriendelijk zijn voor mekaar, dat zij soms ijveren voor de meeste aandacht van hun ouders.

De grote kunst zal erin bestaan om manieren te vinden hoe hiermee om te gaan zodat zij later groeien tot mensen die plezier vinden in het samen zijn, samen werken, samen feesten. Die elkaars eigenheid accepteren en elkaar de ruimte gunnen. Daarnaast moeten wij ook onze manier herbekijken hoe wij jonge mensen voorbereiden op het opnemen van taken in de samenleving. Nu gebeurt dat in het onderwijs op een manier die de concurrentie bevordert, geen rekening houdt met de eigenheid en het tempo van iedere leerling afzonderlijk. De nadruk ligt vooral op het inprenten van kennis, in plaats van in te spelen op de leergierigheid en nieuwsgierigheid van jonge mensen. Voor veel van hen heeft dit tot gevolg dat leerstof slechts gezien wordt als iets vervelends dat je moet zien te onthouden tot het volgende examen. En zo wordt ook het vermogen tot creatieve, nieuwe wegen uitgewist.

Ergens moet in heel de groei naar mens zijn de waardering van ieder initiatief en iedere creatie zijn plaats krijgen. Mijns inziens zal waardering krijgen van mensen die je belangrijk vindt veel meer doorwegen in je groei, dan de beste punten, of de duurste outfit hebben.

Vermits wij nu afstevenen op de grenzen die onze economische groei kan bereiken, moet ook dit in onze cultuur verrekent worden. Waarom wil iedereen zo graag verre oorden bezoeken? Waarom niet meer energie steken om de eigen woonplaats aantrekkelijk te maken voor wie er leeft. Wat zou onze jeugd hier ter plaatse kunnen vinden dat minstens even aantrekkelijk zou kunnen zijn dan musea en vreemde stranden bezoeken? Aan hen om hieraan te werken, ideeën te spuien. Waarom zou het leren kennen van de plaatselijke groepjes en dansen niet kunnen opwegen tegen een festival waarvoor je eerst uren onderweg moet zijn.
En de ouderen: wat zoeken zij in de vele reizen naar het buitenland. Hun vrienden en hun familie zijn hier. Zou het niet nuttig en aangenaam kunnen zijn, om maximaal te genieten van je vriendenkring en familie: dansen, kaarten, zingen, musiceren, fantaseren, filosoferen; het behoort allemaal tot de menselijke mogelijkheden.
En de volwassenen die nu overbevraagd zijn, en die daarom enkele keren per jaar ertussen uit moeten: vermits de natuur ons verplicht om minder te produceren: waarom zou er niet dagelijks meer tijd kunnen gemaakt worden voor bezigheden die je zelf belangrijk vindt.

Het is toch niet des mensen dat wij liever aan de machine staan dan de relaties met onze kinderen, partners en buren te cultiveren. Ik herinner mij de tijd dat mensen samen kwamen om een kaartje te leggen, lekker te kletsen en mekaars culinaire prestaties te proeven. Wil dit nu zeggen dat er niet meer gereisd mag worden. Zeker niet, het moet alleen terug anders doordacht worden.

Bovendien, gezien de evolutie van de laatste eeuw, wonen wij nu in de nabijheid van mensen met een heel andere achtergrond, andere waarden, wat kan er boeiender zijn om samen in een mooie omgeving mekaar te vinden, van mekaar te leren.

Over de omgeving gesproken: het wordt hoog tijd dat wij hier onze handen uit de mouwen steken: door alles over te laten aan specialisten hebben wij de wereld laten verknoeien. Denken wij maar aan de erosie van grond, het uitsterven van bijen, de vele kankers, de stijging van de zeespiegel, het vergiftigen van zeeën. Wij moeten terug onze goede oude cultuur boven halen en het denken niet aan specialisten over laten. Ieder van ons neemt over de grenzen van dure disciplines waar, wat er met zijn omgeving gebeurt. Wat niet wil zeggen dat niemand zich mag specialiseren, maar het aanmoedigen tot zelf denken is absoluut noodzakelijk. Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de bio-boeren, die de eigen, door generaties opgebouwde kennis wisten te bewaren en te verfijnen. Vooral op het vlak van voedsel heeft de specialisatie nefaste gevolgen gehad, niet alleen door het vernietigen van grond, maar ook door vele hongerdoden, en zelfmoorden van landbouwers. Niet alleen de exacte wetenschap maar de menswetenschap “Economie” heeft hier boter op het hoofd. Kortom het is het oordeel van deze oude vrouw dat iedereen tijd moet maken om aan politiek te doen, waarmee ik niet wil zeggen partijpolitiek, dat is in de huidige situatie voorbijgestreefd, maar meedenken met het beleid, voorstellen formuleren, in open debat gaan.

Een voorwaarde is dan dat het onderwijs er niet mag op gericht zijn om leerlingen 12 jaar aan een stuk te leren zwijgen en voorgekauwde kennis te absorberen. Die luxe kunnen wij ons nu niet meer permitteren. Alhoewel: voor sommigen was dit een luxe, voor anderen aanvaarden dat ge minder waard zijt op de arbeidsmarkt.

Een lelijk woord trouwens: “arbeidsmarkt” zuiver gesteld kan je enkel zeggen: in onze samenleving is er werk dat gedaan moet worden om mensen te kunnen voeden en een goed leven te bezorgen. Je moet niet verplicht worden jezelf gedurende een deel van je tijd te verkopen, het is een ferme nuance om jezelf te zien als koopwaar of als deel van een samenleving waar mensen samen aan een aangenaam leven werken en dit ook zo voelen. Wat is er belangrijker dan te weten dat je niet alleen staat met je verdriet, maar dat je ook samen kunt vieren.

Van cultuur ga ik netjes over in economie, alhoewel deze dingen in elkaar overlopen. Het is levensbelangrijk dat wij vertrekken vanuit de positie waarin we ons nu bevinden, dat wij met open ogen kijken naar de fouten die er zijn gemaakt, vaak met goede bedoelingen maar de laatste honderd jaar ook met een blind vertrouwen in de markt. Die markt die wij zodoende om zeep hebben geholpen met instellingen, machtsspelletjes, hebzucht, gemakzucht, in zoeken naar zekerheid en in het grenzeloos uitbuiten van andere naties. Door concurrentie tot het uiterste te drijven werden mensen uitgebuit door hen tegen elkaar uit te spelen “daar doet men het goedkoper”, door het niet in aanmerking nemen van de schade aan onze omgeving en de toekomst van mens dier en plant “daar zijn minder strenge milieunormen”. Zo lieten wij een nieuwe elite ontstaan, de 1% die de wereld naar zijn hand zet.

Een bijkomend probleem op dit vlak zijn ook de abnormaal hoge lonen die de markt verstoren. Ik geef een voorbeeld: Wat doet een Formule 1 piloot met een loon van 41 en zoveel miljoen per jaar met zijn geld? Ik heb het hem niet gevraagd maar hij zal dit zeer waarschijnlijk niet opsouperen en de “markt” is voor hem de grote vrijheid: privé jets, dure wagens, beleggingen die geld opbrengen (en waarvoor men moet bezuinigen op het loon van de arbeiders), vast goed (waardoor de prijzen stijgen). Concurrentie of de wet van de meest lepe? En dan hoor ik officieel verklaren dat onze gezondheidszorg en onze werklozen te duur zijn!

En de economie zoals wij die al eeuwen voeren creëert ook oorlogen om grondgebied, afzetmarkten, toegang tot grondstoffen. Wie zijn de soldaten die sneuvelden? Jongeren opofferen was toen niet echt een probleem. Zoiets abstract als een gecreëerd vaderland zette arbeiders voorzien van wapens ertoe aan om lotgenoten naar het leven te staan. In deze tijd is daar nog een dimensie bijgekomen: een lucratieve handel in steeds maar slimmere wapens (bv een geweer waar je mee om de hoek kan schieten).

Werkgelegenheid mag geen reden zijn om hieraan mee te werken. Geen oorlogen in Europa? neen wij gaan wel op een ander schieten of plaatsen aangeven waar ze bommen mogen droppen. Shame on us!!!

Kijken wij ook even naar de evolutie in de landbouw: met de beste bedoelingen werd er gestreefd naar schaalvergroting, mechanisatie, specialisatie. Als nu blijkt dat je de wereldbevolking zo niet kan voeden omdat de nadelige effecten duidelijk worden: gronderosie, ontstaan van een harde ondoordringbare onderlaag door het gebruik van zware machines. En als bovendien plaatselijke bevolkingen honger lijden terwijl ze materiaal voor onze autobanden en voedsel voor onze koeien moeten kweken, of rozen voor op ons dressoir, wordt het dan niet hoog tijd dat wij dit proberen recht te zetten? Moeten wij het recht op voedsel niet laten voorgaan? En moeten onze boeren niet geholpen worden om de omgekeerde beweging te maken en terug echte boeren te worden en geen onderdanen in een gewetenloze industrie.

Moet daar nu geen prioriteit van gemaakt worden. Moet er niet bekeken worden hoe zij kunnen inspelen op de plaatselijke noden in plaats van zich te richten naar peren en aardappelen verkoop in andere continenten. Maar ook hoe zij hiermee een goed leven voor zichzelf en hun gezin kunnen opbouwen. En laat ook plaatselijke bevolkingen eerst aan voedsel voor eigen volk werken in plaats van aan luxe producten voor de happy few.

Kortom, werk aan de winkel: transitie naar een vriendelijker wereld.

En tenslotte, verweven met cultuur en met economie: politiek. Of wie bepaalt het heden en de toekomst?
En wat zijn de onderliggende waarden? Mijns inziens hebben zowel dictatuur als partijpolitiek averechtse effecten teweeggebracht. Democratie? Ja, maar:
zonder als de neveneffecten van beďnvloeding die wij nu kennen;
democratie waarbij je je stem mag uitbrengen maar je geen invloed hebt op de economie is een lege doos.
democratie waar je geen invloed kan uitoefenen op de verloedering van je leefomgeving is ergerlijk.
democratie waarbij je de greep op je eigen leven zomaar kunt verliezen is er geen.

Waarom heeft niemand aan de bewoners van de zorgcentra gevraagd welk risico zij wilden nemen? Politiek is omgaan met macht, greep krijgen op de opvoeding van je kinderen, kunnen nagaan dat het werk dat je doet nuttig is, greep krijgen op je tijdsbesteding. Partijpolitiek is nuttig om een onderdrukte bevolking zeggenschap te geven, nu is het ontaard in een machtspelletje, waardoor belangrijke beslissingen, bv op milieuvlak konden uitgesteld of ongedaan gemaakt worden.

Politiek kan slechts democratisch zijn als mensen vrijelijk hun inzichten en waarden mogen uiten en toetsen aan die van andersdenkenden. Puntensystemen en afhangen van een anders waarde oordeel zijn hierin nefast.

Een andere trap naar zelfontwikkeling gebaseerd op het zoeken naar basiswaarden waarbij niet alleen jij je goed voelt maar ook die nieuwkomer uit een ander land is een nog niet gebaande piste. Waarom zijn wij niet met zijn allen verontwaardigd geweest toen mensen verdronken in onze zeeën? Wij moeten nog niet gebaande wegen opgaan, vertrekkend vanuit de situatie nu en rekening houdend met het hele natuurlijke gegeven. Vooruitgang moet anders gedefinieerd worden, als je tegenwoordig hoort op de media dat het goed gaat met een land, wil dat vaak zeggen dat de bevolking het moeilijk heeft, maar dat schulden afgelost kunnen worden. Ook dit hele idee van schulden is mijns inziens aan een grondige herziening toe. Het kan niet dat je met schulden geboren wordt omdat de beheerders van je land investeerden in een machtig leger of in het creëren van een elite.

Een mogelijke weg zou kunnen zijn om zeggenschap te krijgen op de eigen omgeving door kleinschalige burgerinitiatieven die het plaatselijk belang kunnen kaderen in een groter algemeen streven. Een voorbeeld zou kunnen zijn: een regio heeft nood aan zoveel woningen zoveel aardappelen, zoveel wasmachines. Een buurt heeft nood aan bomen, wegen om kinderen veilig naar school te kunnen laten gaan. Wat neemt de buurt op, wat is haar draagkracht? Hoe onderhandelen wij dit met andere buurten, met een grotere regio.

Filosofisch gezien moeten wij streven naar een denken in beweging, het zoeken naar een gemeenschappelijke weg over de staten en naties heen, waarin het welzijn van mens en planeet Dat centraal staat en de komende generaties een goede vertrekbasis kunnen vinden. Ons streven moet zijn: goede mensen te zijn, in de zin van meebelevende, alert op het welzijn van zijn medeschepsels, bouwers van een gezamenlijke toekomst.

Voor de klimaatbeweging geldt: zelfs al verliezen wij de strijd, het is belangrijk om gestreden te hebben indien wij als mens een positief wezen willen zijn. Het alternatief is een egoďstisch, hebzuchtige, niets ontziende eindgebruiker van de aarde te zijn. Datis althans mijn mening. In een denkgroep kunnen wij de stenen van een toekomst bouwen en de dialoog en het schuiven van stenen (meningen) zal het cement vormen dat de stenen samenhoudt. Kan dit het begin zijn van een wereldwijde dialoog zonder dat wij mekaar hiervoor uitmoorden of tot armoe brengen?

Dat is hoop.
Leona Maes

Vrijheid? Bestaat het...Een onderzoekje door Betonnen Jungle
Samen denken, spelen en presenteren..

Een verhaal naar aanleiding van de presentatie van "Vijheid?" In CostA in 2018

De zon scheen, prof P. wandelde in het park, herdacht het gesprek met zijn oudste dochter.
Zij had reeds jaren geleden het ouderlijk huis verlaten. Was dat haar eigen keuze, of wilde zij indruk maken op haar vriend?
En hij zelf, welke keuzes had hij gemaakt? Had hij wel keuzes gemaakt, of speelden onbewust de verlangens van zijn ouders,
zijn omgeving een doorslaggevende rol. En nu? Was dit waar hij als jonge mens naartoe wilde?
Huisje, tuintje, een goedbetaalde job, een levenspartner voor gans het leven, en het avontuur dat hij zich had voorgesteld?
Goed, goed, hij had het niet slecht, wat als hij geboren was in een land in oorlog, moest gaan vechten?
Maar ook dan hoeveel keuzen hadden die mensen?

Pof. Riad. kwam terug van zijn werk. Een hele dag boekhoudgegevens nazien, zich in problemen verdiepen waarin andere mensen zich hadden gewerkt?
Weer een firma die eronderdoor ging, de deurwaarder erheen sturen.
Contact opnemen met de verantwoordelijke, failliet of een niet meer konden redden in de concurrentiestrijd met de big ones.
Waarom had hij rechten gestudeerd?
Oude idealen: een goed geregelde samenleving, waarin mensen niet verpletterd werden door moordende concurrentie
op alle vlakken en waarin zelfs de minst fortuinlijken zich konden verdedigen. Waarom was hij hier blijven hangen?
En had hij een andere weg kunnen kiezen? Hij wou nog niet terug naar huis, naar het vermoeide gezicht van zijn vrouw,
zij had zich een plaats aan de balie weten te verwerven, maar kon de problemen niet van zich afzetten.
Leefde voor haar werk, zag hem nauwelijks…ach wat zou hij haar met zijn problemen belasten.
Hij koos zich een plaatsje aan een caféterrasje en bestelde hete muntthee.


Aan het tafeltje er naast zitten 2 jonge vrouwen te praten.
Maar zijn al een tijdje gestopt om te luisteren naar de conversatie van de 2 mannen.

Journaliste Robin: Dat gaat ook over vrijheid en de weg die het leven ons doet inslaan. Vreemd dat wij het ook daarover hadden he.
Zullen wij? Dag Heren, ik was juist Lateesha aan het interviewen, die lasser is in de firma Heet IJzer, weet je wel, afdankingen, stakingen, .. Je hebt het wel gelezen, maar los daarvan… wij zaten ook met de vraag: in hoeverre bepalen onze eigen keuzes onze toekomst, en in hoeverre worden wij daarin gedropt?
Prof. P. Kom erbij zitten, kunnen wij daar niets mee doen. Ik geloof niet in een hand van boven die alles voor ons regelt,waar gaat het dan mis met ons levensplan, of is dit een illusie. Hoe zien jullie dat?
Prof. Riad. Is dat nu vooruitgang, als wij jong zijn geven wij maar toe, nog even en het is aan ons, denken we, maar plotseling ben je dan volwassen en hangen er andere mensen van je af…
Lateesha: Sorry, ik stel mij even voor, ik ben nog jong, maar ik denk toch dat dat anders moet kunnen, sommige zeggen via solidariteit, maar dat lijkt ook niet te lukken, collega’s van mij die respect opeisten kwamen zwaar in de problemen, je kan tenslotte niet van de hemelse dauw leven…
Prof. Riad. En als wij nu eens stoute schoenen aantrekken en een onderzoek van de grond proberen te krijgen naar “vrijheid”. Je wordt van in het begin al in een richting gestuurd, ofwel door de keuze van je ouders, ofwel door het gebrek aan kansen dat je ouders je willen of kunnen bieden…
Lateesha: Via een universiteit zeker, die vertrekken van hun eigen vooroordelen, de tonnen literatuur die zij daar voor verslonden hebben en een reeks nepstatistieken. Sorry Robin maar ik moet gaan, aan zo’n gelul heb ik niets…
Prof. P. Wacht even, wij hebben hier toch wel een unieke kans, geen Univ dan, maar wat dan? Wij zijn toch een uniek team… Ieder kent de wereld vanuit een andere positie… Jij bent journaliste, heb jij geen ideeën.
Robin: Wie weet, laat mij maar even denken en met mensen praten, spreken wij hier volgende maandag weer af, zelfde uur?
Ze wisselen telefoonnummers uit en …
er komt een onderzoek naar “Vrijheid” met medewerking van “Betonnen Jungle”, een denkend team toneelspelers. Na rijp beraad komen ze tot de volgende te onderzoeken domeinen en hun invloed op onze vrijheid:

1. Om vrij te zijn heeft een mens toegang tot voedsel en water nodig, dus “Ruimte voor Vrijheid”
2. Ook denken moet je vrij kunnen, dus “Vrijheid van denken”
3. Als je voor iets of iemand wil zorgen moet dat kunnen, dus “Vrijheid om verantwoordelijkheid op te nemen”
4. Maar wat als iemand je belet om vrij te zijn, je bedreigt, je onderdrukt? Dus “Vrijheid en geweld, macht en onmacht”
5. Wat als iemand je belet om ervaringen op te doen, je krachten en vermogens uit te proberen? Dus “Vrijheid om risico te lopen en ervaringen op te doen”. Je kan tenslotte niet groeien als je steeds maar klein gehouden wordt.
6. Welke invloed hebben cultuur en opvoeding op ons, bepalen ze alles, of is er nog ruimte om zelf je leven in te vullen. Dus “Cultuur en Vrijheid”

En nu maar repeteren en beginnen. En op 11 Maart 2018 konden wij ons toneelstuk aan het publiek presenteren. Speelden en dachten mee:
Pierre Vereecken sr., Pierre Vereecken jr., Beatrijs Lancsweert, Abdelmajisd Riad Baho, Lateesha Vereecken, Robin Vereecken, Lania Garcia, Christoffer Hofkens, Linsey Lauwers en zoontje Toni en Leona Maes.

“Vrijheid” Illusie of toch niet? Zondag 11 Maart 2018 om 15 uur in CostA


1. Voorstellen van het thema.

Prof P. Mij is gevraagd om over vrijheid te komen spreken. Nu vraag ik u, geacht publiek, bestaat er wel zoiets als vrijheid? Zijn wij niet helemaal bepaald door onze omgeving, onze cultuur, onze ouders? En als je beslist, vandaag wil ik eens lekker gaan vliegen, kan je dat dan? Nee beste mensen, want je hebt geen vleugels. Er is zoveel dat je niet kan…
Journaliste. Daar bent u fout Mijnheer de professor, wij kunnen tegenwoordig vliegen, als wij maar hard genoeg willen, kunnen wij alles. Het vraagt soms moeite, jarenlang proberen, maar het lukt. Dit is belachelijk, natuurlijk bestaat er vrijheid, ik kon hier op het podium komen, of blijven zitten, je kan nee of ja zeggen op een aanbod.
Prof.P. Haha, daar heb ik je, of jij op het podium kwam of niet wordt bepaald door je opvoeding. Jullie (nar publiek) leerden vooral zwijgen. En trouwens niet iedereen kan vliegen, je moet er geld voor hebben en de toelating krijgen, denk maar aan de vluchtelingen, die soms verdrinken omdat ze niet over papieren beschikken, nee, nee juffrouwtje, het is erg gesteld met de vrijheid, we zijn vooral vrij om ons aan te passen.
Journaliste. En hoe komt dat denkt u, wie neemt ons onze vrijheid af? Toch degene die over het voedsel en het water beschikt, degene die daar een prijs voor vragen…
Arbeidster: Een beetje gezond verstand zegt mij dat vrijheid uit jezelf komt, je kan je neerleggen bij wat er is, of nieuwe mogelijkheden proberen. Werkende mensen doen dat al eeuwen. Zo is het wiel uitgevonden, kannen om water in te doen, … Dromen, inspiratie, plannen, uitproberen, dat is vrijheid
Prof Riad. Je bedoelt dat ernaast werkelijkheidszin ook mogelijkheidszin is? INTERESSANT
Journaliste: Ik herhaal: Mensen die afhankelijk zijn van werk om te overleven kunnen niet beslissen, hun overleven hangt af van meelopen…
Prof. P. Haha, over vrijheid en zekerheid, zoals dat vogeltje:
Een vogeltje, met vleugels, gevangen in een kooitje,
En daarbuiten, de blauwe lucht, de wolkjes,
Een tak om op te zitten, vliegjes om te vangen.
Ach , ach, het wou zo graag…vliegen…
En toen op een dag, het deurtje stond open,
En het vloog en vloog, maar helaas,
Hij had geen ouders die hem leerden
Hoe aan eten te komen, en het werd…
De gevangenis of de dood.
.
Arbeidster. Mooi gezegd, professor, maar toch...iemand heeft dat vogeltje gevangen gezet, dus zijn vrijheid afgepakt, het heeft niet kunnen leren hoe aan eten te geraken…
Journaliste: En dan een tam vogeltje, maar wat hebben wij met de wolven gedaan, ...en met de mensen.

2.Ruimte voor vrijheid

Prof P. En was dat niet enkel overleven, het overleven van de beste, sterkst aangepaste soorten, de mens? Laat ons een beetje systematisch te werk gaan. Laat ons even nadenken over het belang van ruimte voor vrijheid. Volgend verhaal…
Een roedel wolven leeft reeds jaren in een gebied in het hoge Noorden. Een andere, veel talrijker roedel verjaagt hen na een hevige strijd. Steeds meer wolven verblijven in het gebied, dat tenslotte niet meer in voedsel kan voorzien. Tenslotte vertrekt de nieuwe roedel op zoek naar een ander territorium en de oude kleinere roedel keert weer…
Prof. P. Interessant is hoe dit verhaal afloopt. En doen wij mensen het anders? Dit illustreert op een overduidelijke
manier wat vrijheid kan zijn. Aan de ene kant het recht van de sterkste. Aan de andere kant het volop genieten van het
eigen lichaam, de eigen kracht, maar ook van de nood aan solidariteit. En hoe bewegen wij mensen ons daarin. Kunnen
wij nog steeds voortgaan om voor de eigen clan ruimte te veroveren? De anderen zien als concurrenten, of slagen wij
erin om mekaar te respecteren en toch ruimte voor het vrije in ons te behouden?
Journaliste: Maar wat doen wij met de vrijheid van dieren. Ik herinner mij die wolf in de zoo…

Mijn lijf doet pijn...
Mijn poten strekken..sneeuw, wind..
Mijn roedel... Ik stik..Ik wreet je op
Eruit, ik wil eruit..


Ook met mensen doen ze dat...



Uren lijken hier dagen, de wind voelen, op straat lopen, mensen ontmoeten, ik wil eruit, mijn benen strekken. Nog 3 maanden, 92 dagen. Oh, een deur gewoon open kunnen doen!!! Cipier, ik stik..


Prof. P. En toch…laat ons eens uitgaan van de terugkeer van de leider…is dan niet alleen de leider vrij?

"Wat kom jij hier doen."
"Hela, ik ben je vader weet je nog."
"Ik kom mijn roedel terug leiden"
"Dat had je gedacht ik ben hier nu de baas."



Prof Riad: Geachte collega, mag ik u er opmerkzaam op maken, dat wat u voor wolven, (tegen publiek) en andere dieren, laat ons dat niet vergeten, stelt ook voor
mensen opgaat. Wil je gehoorzame, brave werklieden, zorg er dan voor dat ze niet voor hun eigen voedsel kunnen zorgen. Niet dat ik daar voorstander van ben,
maar kijk maar naar onze geschiedenis
Arbeidster: En zo raakten wij onze vrijheid kwijt, gehoorzamen, luisteren. “Baas, ik heb een goed idee” “Later misschien, als ik tijd heb” . Forget it, behalve als er
iets misloopt. Onze ideeën, onze creativiteit, leren door fouten, allemaal weg. Wij zijn nog juist goed genoeg om de ideeën van een ander uit te werken, en wat daar
allemaal fout loopt, daar moet ik geen tekeningetje bijmaken… Kom laat ons feesten…

Samen de was ophangen, zich warmen, dansen, lachen…
maar dan komt er iemand en die zegt: dit is van mij, bol het af,
ik heb papieren en wij zouden lachen maar...
hij heeft ook een regering, en soldaten en...
Kom maar voor mij werken, dan ..
wat doe je zonder grond om vruchten en noten van te plukken?

Prof Riad. : Zo is het spijtig genoeg niet gegaan. Wij zijn daar ingetrapt met onze ogen open. Eigendom verwerven werd het ultieme doel voor iedereen die wat meer
wou zijn dan een ander. Desnoods ondersteund met verschrikkelijke wapens. Voor veel mensen betekent dit spijtig genoeg constant honger hebben of erger.
Wat betekent vrijheid als je alle dagen moet vechten om te overleven?
Prof P. Laten wij even een kleine greep naar onze geschiedenis doen (toont Dia’s) , geeft commentaar:
1. Duitsland: Maart 1525: boeren komen in opstand tegen nieuwe wetten die vissen en jagen beperken en hen verplichten taken voor de heren uit te voeren.
2. 1750: Veelal door een wet van het parlement, soms ook door een overeenkomst tussen lokale landeigenaars werden velden en bossen afgesloten, minder
welvarende mensen konden er hun weinige varkens of ganzen niet meer laten rondscharrelen, konden er geen noten, hout of paddenstoelen meer verzamelen
om hun schamel inkomen een beetje aan te vullen. Dit gaf vaak aanleiding tot opstanden: in brand steken van huizen, afbreken van omheiningen.
Deze trend zette zich in heel Europa door.
Journaliste: Als ik het goed begrijp werden mensen zo nog meer beroofd van de mogelijkheid om voor zichzelf te zorgen?
Arbeidster: En zo kwamen ze aan voldoende arbeiders die braaf voor weinig werkten, ze hadden honger.
Prof P. Conclusie: vrijheid kan enkel indien je in leven kan blijven, dus over eten en drinken kan beschikken.
Prof Riad: U had als volgende thema: vrijheid van denken, denken doet toch iedereen wat hij wil, nietwaar collega.

3. Vrijheid van denken?

Prof. P. Zo evident is dat niet, waarde collega, denk maar eens aan de grot van Plato, dan weet je ook dat je denken sterk afhankelijk is, van de plaats waar
je je bevindt, de mogelijkheden die je hebt om van positie te veranderen …
Prof Riad: Ja, ja en eh …inderdaad de moed die je hebt om een andere realiteit in de ogen te kijken
Pr. Riad: We kijken naar de wereld met oogkleppen, we zien enkel schaduwen.



Onderwijzer: Jullie opstel trok op niets. Zijn jullie niet beschaamd. Moet ik daar mijn tijd in steken. (Pierre kijkt om) Kijk voor u.
Al wat je moet weten staat op het bord.
En toch zullen wij buiten gaan kijken...Kom...

Journaliste: Je kan wel stellen dat tegenwoordig nogal wat mensen verwarren wat er op TV of internet gebeurt met hoe het er in het echte leven toegaat.
Arbeidster: Inderdaad, het is gemakkelijk verloren te lopen in wat nep gevoelens en zo, maar toch, internet biedt je er ook een uitweg uit, het is maar wat
je er zoekt. Zo heb ik contact met mensen uit Spanje
Prof. P. We zijn aan het afdwalen. We gaan even terug in de tijd naar 1605. De tijd van de heksenverbrandingen, zij aanbaden en leefden met de natuur,
wat in een Christelijke tijd niet kon.

Boom: Water uit de grond, licht uit de omgeving, mijn sap rijst ik groei, ik breidt uit...
Bea: O maan, vriend van fonkelende sterren, of wie u ook zijn mag.
Uw zilveren stralen volgen het vurige licht van de dag.
O maan met de vele gezichten, u kent mijn dromen.
Help mij en laat mijn binnenste naar boven komen.

Robin: Machtige zon, bron van kracht, zorg dat de toekomst mij toelacht.
In magische cirkels die men overal vindt, bij hevige storm of rustige wind,
wanneer de magie slaapt of waakt.. het is in de cirkel dat wijsheid je raakt

Lateesha: Alles is groot en nieuw en plezant,
Ik kan lopen, springen, dansen, lawaai maken,
Ik durf alles, Als jullie maar bij me zijn.
Heel de wereld is een feest, geen muur of ik wil erop,
Geen mens of ik wil hem bekijken,
Geen snoep of ik wil hem proeven,
Geen bal of stok of ik wil hem gooien.
In alles wil ik knijpen.

Lania: Zwemmen, dansen, kersen plukken,
Planten en plukken, zaaien en oogsten,
Samen delen, lachen en wenen,
Je troosten als je verdriet hebt
Zon, maan boom, ik ben er, wij zijn er…

Oude heks: vlucht, heksen vlucht, wijze vrouwen
die de natuur als een moeder beschouwen.
Zij, die je geest willen bepalen willen je lichaam verbranden,
ga en koester je geheimen, jaloezie, angst waart rond…ga

Prof P. Kijk wat er met mensen gebeurde die de waarheid anders zagen, 1 voorbeeld, Nieuwpoort in de XVIIe eeuw
(dia heksenverbranding); en kijk ook naar het volgende beeld (dia: Sint Bartolomeus nacht); op 23 Augustus 1572 vermoordde
het Koninklijk leger en de Katholieken duizenden protestanten in Parijs en andere Franse steden. En dit is maar een voorbeeld
uit de geschiedenis.
Prof Riad: Hier zitten wij toch met een knelpunt, misschien ben je wel vrij om te denken wat je wil, maar zeggen dat is wat anders…
Arbeidster: Nog in het begin van vorige eeuw kon je als arbeider maar beter het geloof van je baas aanhangen.
Journaliste: Ik vrees dat er nog landen zijn waar dit geldt.

Vrije man
Vrijheid, dat is leven zoals je wil. Je dromen waarmaken. Landen zien, bos en bergen beleven, vrienden maken
Ik had daar voor gekozen (jongleert).
Hier kon ik van leven. Maar ja, de liefde.. (pakt een stoel en verteld aan publiek)
. Mijn vader, zo’n sterke lieve man, kapot op zijn 45ste, in de mijnen gewerkt,
elke dag die donkere put in, stoflong, een versleten werkpaard
OK, ik was de oudste van zes, ik zou mijn moeder helpen, ik ging werken
Solliciteren. Uw CV Mijnheer? Hoe oud bent u Mijnheer? Zestien.
Is dat niet wat jong, geen diploma’s, u bent handig zegt u.
Goed, goed, hier heb ik een geschikte job voor u…
Ik daar naartoe. Ik kreeg een plastieken overal aan, een spuit in mijn handen geduwd, ze waren wel vriendelijk, ik moest shampo spuiten in de opengesperde ogen van een konijn…
Ik heb de spuit weg gegooid, overal uit en weg…
Solliciteren… Ah Mijnheer is kieskeurig, niks met dieren, goed ik geef je nog een kans.
Hier is het adres, meldt u maar aan. Ja Mijnheer. Hier moest ik geweren
assembleren. Zelfde liedje…Ik weg.
Solliciteren… Ah Mijnheer heeft gewetensbezwaar, u bent een moeilijke klant.
Goed, op een bureau job kunt ge toch niks tegen hebben.
Neen Mijnheer, dank u Mijnheer.
He voila, klasseren, sorteren, in typen, afspraken maken.. Een Blauwe muur, een iets minder blauwe muur, een witte muur en een gebroken witte muur. Gelukkig stond er een deur in. Ik heb het 3 dagen uitgehouden
En toen ben ik de wereld ingetrokken, ik ben nu 25 en ik heb al meer van de wereld gezien dan mijn vader, … maar ja, ik heb een kind…dat maakt het niet eenvoudiger… ik wil dat het een goed leven heeft…

Prof Riad: Waarde collega, hierbij aansluitend zou ik het toch nog even willen hebben over de vrijheid van meningsuiting, want al is het evident dat je kan denken
wat je wil, maar kan je het ook altijd zeggen?
Journaliste: haha, dat is pas een knelpunt, hoeveel moorden zijn daar al niet voor gepleegd?
Arbeidster: En hoe zat dat dan met degene die afhankelijk waren: wij kregen te horen “Men bijt de hand niet die ons voedt”. “Wiens brood men eet,
diens woord men spreekt”. Niet braaf: ga maar elders eten zoeken, en zwijg of kop eraf.

4. Vrijheid en Verantwoordelijkheid.

Prof. Riad. Beste collega, laat ons maar overgaan naar het volgende aspect van vrijheid. De vrijheid om taken op te nemen, verantwoordelijkheid voor elkaar
te dragen. Is het echt nodig om enkel met je eigen wensen rekening te houden. Heeft het leven niet pas zin als je voor iemand moet zorgen. Sommige stellen
dat wij sociale dieren zijn. Ik merk dat ook in mijn praktijk: mensen zijn pas gelukkig als zij voor iemand kunnen zorgen.
Prof. P. Goed collega: om dit thema voor te bereiden vroeg ik aan de bekende journaliste RV om een onderzoekje te doen.
Journaliste: Ik ga hier niet veel woorden aan vuil maken, maar u onmiddellijk de resultaten van mijn onderzoek tonen. Als eerste stel ik u een getuigenis
van een jonge moeder voor

"Vrijheid, het is mooi, je kan doen wat je wil, binnen bepaalde perken natuurlijk...
maar toch, er ligt zoveel binnen het bereik tegenwoordig,skiën, vrienden ontmoeten uitgaan...
Maar toch ik verlangde meer van het leven dan vrijheid. Er ontbrak iets..
Menselijke natuur zeker. Iemand om voor te zorgen.
Mijn moeder zei: "kind dat is het nageslacht dat zich roert".
Kan zijn, maar ik ben zo blij met je, je bent zo mooi, je bent zo... Hoe moet ik dat zeggen?
er bestaat geen woord om te benoemen wat jij bij mij hebt wakker gemaakt, Toni.
Het eerste contact dat wij maakten... Ik weet dat jij mijn leven drastisch zal veranderen,
dat ik nog lang voor je zal moeten zorgen, maar daar verlang ik naar.
Ik wil je zien opgroeien, een nieuw mensje worden.
Helemaal nieuw, met eigen verlangens, eigen mogelijkheden.
Waarschijnlijk zullen wij ook wel eens botsen, jij zal dingen bij mij menen te zien die je niet prettig vindt, waar je tegen in opstand komt.
Nu heb ik het gevoel dat ik bij jou niets zal afkeuren…maar ik hoop dat ik je je eigen weg zal gunnen.
En bovenal hoop ik dat ik je kan helpen om het avontuur van je leven een goede start te geven.
De rest jongen zal ik aan jou moeten overlaten.
Je hebt mijn leven zoveel meer inhoud gegeven.
Vrijheid… och dat komt later misschien wel… als ik jou de jouwe moet gunnen…
Al droom ik van een super mooie toekomst voor je.
( tegen publiek) Vrijheid om graag te zien, en daar tijd voor te nemen… ook dat is vrijheid…
Zelf je engagement kiezen, niet? Toch..”

Journaliste: Als tweede stel ik u een, helaas, veel voorkomend feit voor, dat mij diep geraakt heeft…
2 jonge mensen wandelen en horen het wolfje janken.., het is aan een boom vastgebonden
Wolfje ( jankt, zingt een droevig liedje (in een klein stationeke, ’s morgens in de vroegte.. jankt heel droevig.)

Riad; Luister eens, hoort gij dat ook?
Robin: (Doet koptelefoon af) Ja, wat is dat, kijk daar aan die boom
Riad: Wie doet nu zoiets, ik ga hem losmaken
Robin: Pas op, het is wel een wolfje, hij kan bijten
Riad: Ocharme, we zullen het met twee moeten doen
Robin: wacht ik heb hier nog een dekentje in mijn tas, voor zijn pootjes en zijn bek Ze maken het wolfje, dat van zich afbijt los, en wikkelen net in het dekentje
Robin: Wacht ik heb nog een stukje worst bij, het zal wel honger hebben Riad: En dorst, ik geef het een beetje drinken..
Robin: en wat nu… we kunnen moeilijk een wolf als huisdier houden
Riad: Ergens in de vrije natuur loslaten?
Robin: Ja ,maar waar?
Lania Wolfje: Mensen, idioten, waar kan ik nog eten vinden, met mijn roedel trekken,
stomme, gemene mensen...

Journaliste (krabbelt iets op een blaadje): voor iets of iemand zorgen, dat is toch ook eigen aan mensen of niet soms.
Mijn volgende onderzoek deed ik bij een bakker, kijkt u mee.

Bakker komt al zingend op: “O sole Mio, ik bak mijn brood met Brio”
En met plezier, al jaren volgens hetzelfde recept, ik heb de stiel geleerd van mijn grootvader, zo’n bakker was dat!
Heel het dorp genoot van zijn brood. En nu van het mijne, ge moet dat rieken, mensen komen op de geur af.
Bakkerin komt al zingend op:
“ Taartjes, taartjes, lekkere taartjes, “ Moet je eens kijken, zo mooi heb ik ze nog nooit gemaakt,
ik kreeg inspiratie van uw gezang
Bakker: die zetten we in de vitrine, dat mag gezien worden
Bakkerin: en het ruikt hier zo lekker
Bakker: nu ga ik rusten, mijn rug, ik wordt oud..
Bakkerin: Zo spijtig, jou brood…
Bakker zingt: “O sole Mio, ik bak mijn brood met Brio”
Bakkerin zingt: “ Taartjes, taartjes, lekkere taartjes, “
Komt een zwerver binnen:” Ik heb honger, ik heb honger”
Bakker: Maar beste man, koop dan mijn brood, zo gezond, zonder rare dingen
Zwerver: het probleem is dat ik geen geld heb, ik heb geen werk.
Bakkerin: Is dat dan zo moeilijk te vinden?
Zwerver: Neen, als ik niks met dieren inzit,
als ik troep of wapens wil maken, of mezelf opsluiten …
Bakker: Ja, maar ik ben fier op mijn beroep,
en moet je eens kijken wat mijn vrouw weer heeft gemaakt
…Zeg waarom kom je niet bij mij in de leer…
Zwerver: Een stiel leren van een vakman.
Wanneer mag ik beginnen.
Bakker: Kan je hier morgenvroeg om 5 uur ZIJN?
Alleluja, Alleluja,...
Wij bakken ons brood met kunde,
En met plezier
Kom Proeven,Alleluja..
Alle dagen verse pistolets
Mooie taartjes van Bea en van mij



Arbeidster: Een echte stielman die bakker, misschien is dat nog zo slecht niet, een beroep leren bij een echte vakman
Prof. Riad: Heel de geschiedenis zorgden mensen voor elkaar. Maar ook heel de geschiedenis vochten zij met elkaar.
Arbeidster: Er waren er altijd die baas wilden zijn, en meer dan een ander, en die vonden dan ook dat ze hun medemensen en dieren! zo maar mochten uitbuiten.
Journaliste: Jullie werden concurrenten voor mekaar, de strijd om werk was ingezet.
Arbeidster: En dan nog, als bazen kunnen beschikken over jet tijd, dan heb je nog weinig tijd over om je vrijheid uit te werken, tijd voor jezelf wordt dan schaars.
Heb je er bijvoorbeeld al eens over nagedacht waarom de uitvinding van machines niet geleid heeft tot werktijdverkorting?
Journaliste: Ik snap nog altijd niet waarom vakbonden daar geen groter werkpunt van gemaakt hebben.
Prof. P. Vermits wij het nu toch over macht en onderdrukking hebben, stappen wij over naar het volgende thema. Geweld.

5. Vrijheid en Geweld, Macht en Onmacht.

Arbeidster: moeten wij het daar nog over hebben? Mensen van hun grond verjagen. Ze verbranden als ze anders denken.
Volkeren uithongeren voor een stuwdam of hun water vergiftigen voor goud.
Journaliste: En dan die oorlogen. Er is overal geweld, en meestal buigen we daarvoor.
Arbeidster: Maar niet altijd. Er is gevochten voor vrijheid, een goed bestaan ook voor de werkers.
En er zijn slachtoffers gevallen…
Bea: Laat ons dansen...uitbeelden...lachen...protesteren..

Acteurs: Mensen onderdrukken mensen, volkeren onderdrukken volkeren
Oorlog, slavernij, gevangenschap, onderwerping, verminking
En het zou zo mooi kunnen zijn, solidariteit, vriendschap, liefde..
mens zijn is kiezen tussen...hard en zacht, goed en kwaad

6. Vrijheid om risico te lopen

Prof. Riad: We hebben al gezien dat mensen geweld gebruiken om hun eigen vrijheid groter te maken, en dat zij er daarom absoluut geen graten inzien
om die van anderen te beperken, heel erg te beperken of zelfs helemaal af te nemen.
Prof. P. We hebben inderdaad gezien dat dit op veel manieren kan en ook gebeurt: door hen de mogelijkheid te ontnemen om zelf in hun eigen behoeften
te voorzien, door hun denken te beďnvloeden,
Journaliste: of zelfs eigen denken af te straffen, ik griezel van die brandstapels, en dan die massamoorden…
Prof.P. (ongeduldig) ja, ja en inderdaad door bruut geweld te gebruiken
Journaliste: Je krijgt zelfs de indruk dat zij ervan genieten mensen te bombarderen, hun huizen plat te branden…
Arbeidster: Toch is er nog iets dat mij intrigeert, neem nu die GAS boetes, als ik ergens rustig, buiten de fabriek mijn boterham wil eten of een sigaretje
roken, riskeer ik daar een ferm stuk van mijn inkomen te verliezen aan boetes…
Journaliste: En dan nog, zogezegd voor onze veiligheid mogen wij niet meer in wilde waters zwemmen, terwijl we wel naar mensen kunnen gaan kijken
die op een touw tussen twee gebouwen lopen. Terwijl ik denk dat het nuttig is om met de wereld en zijn gevaren te leren omgaan.
Komt hier niet de eigen verantwoordelijkheid in gevaar
Prof.P. Om even naar de realiteit over te stappen, is het niet veel gevaarlijker om u in het verkeer te begeven,
Arbeidster: tegenwoordig worden auto’s zelfs als wapen gebruikt!!!!
Vader opent een brief, vloekt, “Alweer een boete, mijn dochter, ze heeft er verstand van, wat heeft ze nu weer uitgespookt (Leest: vernietigen van publiek eigendom, nachtlawaai, bende vorming, jawel, 200 Euro boete, )
Dochter Robin komt thuis,

Robin: Dag pa, ik heb een fantastische namiddag gehad, met Jan en Frieda gaan zwemmen
in het kanaal, frietjes gaan eten, ik heb nu wel geen honger meer
Pierre: En ik heb een gat in mijn portemonnee, je mag niet zwemmen in het kanaal, ik heb de boete
van verleden week nog niet betaald en je doet het al opnieuw en dan nog iets…
kijk eens naar dit (laat de brief lezen)
Robin leest, Pierre kijkt toe
Robin: dat zul je toch niet geloven, waar halen ze het vandaan, dat zal vrijdagavond geweest zijn,
Pierre: Ja, ja, vrijdagavond, wat heb je uitgespookt, wat heb je kapot gemaakt.
Robin: Weet ik veel, niks, een beetje affiches versierd, moustachekens gegeven enzo,
Pierre: Je weet toch dat dat niet mag, en dan bende vorming
Robin: Ha, nee he pa, ik was met de klas gaan vieren dat het examen gedaan was!!
Grootvader: Ach toch waren wij vrijer, weet je nog Bea, zwemmen in de Schelde
Bea: Ja en ons dan met slijk insmeren, was dat gezond??
Grootvader: Wij zijn er toch nog he…kinderen, kleinkinderen, wie hield ons tegen..

Prof. P. We komen stilaan bij het einde van onze denktocht over vrijheid. Laten wij probern af te ronden.
Journaliste: En toch ben ik niet akkoord. Wat ons allemaal het meest bindt, zijn onze gewoonten, onze cultuur. Wij worden daarin geschaafd,
vanaf dat wij geboren worden wordt ons geleerd, wat kan en niet kan.

7. Vrijheid en Cultuur.

Van mijn kant heb ik ook over vrijheid nagedacht en indien dit ok is voor jou zou ik de volgende bedenking willen uitproberen. Vroeger hadden mensen veel minder vrijheid dan vandaag het geval is. Er was de sociale druk en op je 25 moest je getrouwd zijn, werken, aan een gezin beginnen... (wie niet getrouwd was, was een soort van outcast)

Lateesha: Dat is nu toch anders, denk ik… als ik denk aan de verhalen van mijn grootmoeder herken ik dat wel…
Riad: Ik spreek dan over de jaren 50 bv. Als je dat vergelijkt met nu, dan lijkt er meer
vrijheid te zijn. Je mag doen wat je wil, het leven leiden dat je wil, wil je trouwen ok,
wil je gewoon samenwonen of zelfs gewoon blijven feesten of je amuseren, dan mag dat ook...
er lijkt dus meer vrijheid te zijn. Maar eigenlijk moet dit genuanceerd worden. Ik spreek
uit ervaring, ik nader de 30 en weet waar ik het over heb... eigenlijk zit het als volgt:
men zegt je wel dat je mag doen wat je wil en het leven leiden dat je wil en men zegt wel
dat we in een vrije samenleving wonen, maar toch is er nog een maatschappelijke druk om je naar de norm te gedragen,
wat die ook mag zijn. Van zodra je buiten de lijntjes begint te kleuren gaan mensen beginnen praten. Ze zeggen het misschien
niet direct in je gezicht en men is veel achterbakser dan vroeger, maar de eigenlijke sociale druk die je vroeger had is er in se
nog steeds. Laat ik een vb geven. Ik kom iemand tegen: Ah Riad, en hoe gaat het nog? Wat doe je nu in het leven? En, ben je al getrouwd? Heb je al kinderen? Neen, ja dat is wel jammer... enz.
Lateesha: In mijn familie is dat anders, op dat vlak dan… maar als ik naar mijn vrienden luister, dan is er toch de sociale druk
om carričre te maken… de angst om de toekomst… dat is toch ook binnen de lijntjes kleuren… En toch, als ik erover nadenk,
waar heb ik de meeste van mijn vrienden leren kennen? Buiten, tijdens het roken van een sigaretje… Samen buiten de lijntjes kleuren… tof toch

Christofer: : Ja, maar toch, zeg dat wel. Ik heb daar ook van genoten, met vrienden, ik voelde mij zo vrij,
zo solidair, samen betogen, een jointje roken. Maar juist die vrijheid pakken ze af, we leven in een wereld
van op mekaar letten. Weet je wel… geef je vrienden aan…ik kan daar niet tegen, heb het nooit willen
doen…

Ik ben de patriarch, en jullie zullen zijn zoals ik wil: braaf, lief, gehoorzaam en vooral vlijtig.
Ik wil fier op jullie zijn.

Ik ben de baas, de ondernemer, en jullie moeten mij rijk maken.
Dus werk gedisciplineerd...


Ik ben de regering en ik moet de orde bewaren.
Als jullie niet braaf werken,leren en belastingen betalen, trek ik een blikje soldaten open.


Leona: Zie je het is het vermogen om andere mensen als eigendom en niet als echte mensen te zien, dat de mens gevaarlijk maakt.
Dat hem toelaat een drone met bommen te sturen naar een vrouw die haar kinderen roept.


Lania: Moeten wij dan altijd blijven zoals de wolven? De leider volgen, welke oorlogen hij ook beraamd? Blijven wij onze kinderen offeren, of zoeken wij nieuwe wegen. Moeten wij blijven toezien hoe anderen honger lijden… Vrijheid wil ook zeggen mogen zorgen voor mekaar…
Riad: Vrijheid, je moet voor jezelf kunnen zorgen. En toch wil ik nog wat zeggen over vrijheid.
David Cameron had het over scum, en Nicholas Sarkozy sprak van la racaille. Het kon deze politieke leiders
niet schelen dat ze het in se over 70% van de bevolking hebben die moeite heeft om mee te draaien
in onze maatschappij. Tweeverdieners die zich afvragen hoe ze het einde van de maand halen, geen tijd
om de dingen te doen die je echt graag doet, om je kinderen een deftige opvoeding te geven, om te zorgen
voor je ouders op hun oude dag. Ongelukkigen die zich verliezen in drank en pillen omdat ze niet kunnen voldoen aan de
verwachtingen van de maatschappij… Sommigen zeggen: het is het systeem, maar wij mensen vormen het systeem.

Linsey: En toch zijn het mensen die ons leven aangenaam maken, ons liefde en zorg geven, waar wij samen mee overleefden.
Hoe raken wij hier uit. Wat is vrijheid?

Pierre: Inderdaad, het is de cultuur die bepaald met hoeveel vrouwen je mag trouwen, welke rol
je zal spelen, of je kinderen mag verwekken, hoeveel geld je zal verdienen. Trouwen alleen
al wordt opgelegd; al is die druk eerder wat minder nu… . Welk beroep je mag uitoefenen…
Of je soldaat moet worden, voor een vaderland dat ook een culturele creatie is..

Robin: je culttur zegt hoe je een vak moetleren, of je dat in een school
doet, of bij je vader of moeder. Als je naar een ander land
wil gaan omdat er daar eten en werk voor je is, wordt je raar bekeken,
je moet je aanpassen. Men probeert je duidelijk in de juiste vorm te gieten.

Lateesha: Het zijn dus altijd mensen die je vrijheid proberen te beperken.
Ze zijn bang voor iets dat niet de juiste vorm heeft. En dan is er nog
de menselijke hebzucht. En oorlog en onderdrukking. Maar er is toch ook de menselijke solidariteit, samen heeft de mensheid
een plaats gevonden in deze wereld, waar eten en opgegeten worden de norm is. Vrijheid begint met zelf denken, binnen
de plaats waar je geboren wordt, plannen maken, uitwegen zoeken. Zoeken wie je zelf bent en groeien.

Bea: Ach, je moet ook je eigen plaatsje vinden, naast alle wetten je eigen vrijheid creëren,
of dat nu een pintje, een sigaretje, de vrije liefde of graffiti is. Maar natuurlijk je eigen vrijheid
eindigt waar je die van een ander bedreigd en dat is moeilijk.

Papierre: Je eigen wereld maken. Gelukkig zijn, dat moet kunnen.

Christopher: Voor mij is vrijheid gewoon: kunnen gaan waar je wil,
je kleden zoals je wil, op straat lopen zonder schrik, bewegen,
deuren die niet op slot zijn, leven, mensen zien

Linsey: Vrijheid, graag zien, ieder moet er zijn weg in zoeken. Soms geef
je een stukje vrijheid op om te zorgen voor. Laat ons om te eindigen hopen,
dat mensen dat stukje in zichzelf zullen vinden waarin de zorg voor mekaar en voor de natuur de bovenhand haalt.

Einde

Reflectie

Prof. P. Er is dus vrijheid met heel wat beperkingen. Zij worden ons vooral opgelegd door praktische omstandigheden omdat wij voor ons leven toch
afhankelijk zijn van onze omgeving…
Prof Riad. En onze cultuur, onze eigen waarden, wat wij moeten aanvaarden en kunnen of willen veranderen.
Journaliste: Onze geschiedenis geeft ons toch zware voorbeelden van waar het is misgegaan. Wij moeten onze waarden toch voortdurend evalueren
en aanpassen, zeker gezien de nieuwe mogelijkheden wat betreft mekaar en de natuur vernietigen. Wij zijn tenslotte natuur, en ook een beetje mededogen voor de andere levende wezens op onze planeet, en hun vrijheid zou ons niet misstaan.
Arbeidster: Wij hebben vooral een probleem met macht en machteloosheid. Tot nu toe zou je kunnen zeggen: wie macht heeft misbruikt ze
en hoe we met machteloosheid moeten omgaan is nog lang niet duidelijk. Moeten we nu besluiten dat onderdrukken iets is dat de mens eigen is?
Er zal veel creativiteit in ons denken nodig zijn om uit hier een goede weg in te vinden.

Naar Europa: Geen toneel, echt gebeurd

Het petitierecht. Hoe kwam ik op het idee om een verzoekschrift naar het Europees Parlement te sturen?
Ik heb altijd een hekel gehad aan machteloosheid. En wat er gebeurt in Antwerpen (en niet alleen daar) heeft mij altijd zeer verbaasd.
Hoe komt het dar er niemand reageert als zo goed als de helft van de Antwerpse kinderen luchtwegeninfecties heeft? Waarom worden wij daar niet kwaad van!
In de bib vond ik een boek over de Europese Instellingen, hun reikwijdte en hoe wij daarin kunnen meegaan.
Zo kwam ik op het idee om een verzoekschrift in te dienen.
Er stond wel dat er lange wachttijden waren, maar dat er in Spanje burgers toch aan het langste eind getrokken hadden in hun strijd om drinkbaar water.
Ik besloot toen om de stap te wagen, mijn frustratie over het komen en gaan van negatieve berichten over de gezondheid van Antwerpse burgers zat hoog.
Zo o.a. ook over het advies van de overheid om bij mooi weer (hoge ozonconcentraties) niet buiten te komen en geen inspanningen te doen tussen 12 en 20 uur.
Ik haalde het formulier van het internet en zond het in. Dit was eind 2011.
Enkele tijd later kreeg ik bericht dat mijn verzoek ontvankelijk was, maar dat ik geduld moest hebben.
In de lente van 2015 kreeg ik dan een berichtje van Bart Staes dat men korte metten wou maken met oude verzoekschriften, maar dat hij verzocht had mijn verzoekschrift toch voor behandeling te bewaren, gezien het op handen zijnde Masterplan voor het verkeer in Antwerpen.
Dank u Bart.

En dan plotseling op 10 Mei 2016 krijg ik het bericht:
Geachte mevrouw Maes, uw verzoekschrift staat op de ontwerp agenda van de vergadering van de Commissie verzoekschriften van 02.06.2016 in Brussel.
Ik kan eventueel 5 minuten spreektijd krijgen. Na enig aarzelen besluit ik om er voor te gaan.
En op 2 Juni:
Geachte leden van de Commissie, Mijn verzoekschrift in november 2011 werd ingegeven door mijn bezorgdheid over de levenskwaliteit in Antwerpen, meer in het bijzonder de gezondheid van de inwoners.
Ook artsen slaan regelmatig alarm over de frequentie van het voorkomen van luchtinfecties bij kinderen in onze stad.
Even situeren: Antwerpen kent reeds een zeer dicht wegennet dat ook intensief gebruikt wordt.
Naast vier grote ringen rond de stad komen er ook, niet ver van elkaar verwijderd autostrades in uit van Gent, Brussel via Boom en via Mechelen, Luik, Eindhoven en Bergen op Zoom.
Files zijn een dagelijks, nog steeds groeiend, probleem.
Dag en nacht worden deze wegen druk bereden.
Wat mij verontrust is dat er in Antwerpen nog steeds maatregelen genomen worden die het verkeer intensiever doen worden:
uitbreiding van de havenfaciliteiten, met meer noodzaak tot vervoer over de weg, uitbreiding van de Luchthaven van Antwerpen met lijnvluchten.
Ik begrijp dat dit uit zorg voor de Economie gebeurt.
Maar de inzet van de economie moet toch een goede regeling van de samenleving zijn.
En de basis van een goede economie zal uiteindelijk toch een gezonde omgeving en gezonde mensen, werkkrachten en ondernemers, zijn.
Ver van mij om het verkeer als enige boosdoener te brandmerken, maar dat het toeneemt staat buiten kijf.
België werd reeds meerdere malen op de vingers getikt voor het niet bereiken van de richtlijnen in zake luchtkwaliteit door de Europese Commissie.
Specifiek voor Antwerpen is in dit verband het feit dat de Antwerpse haven de laatste 30 jaren gegroeid is aan een snelheid van (iets meer dan) +50% havenoverslag per 15 jaar
(van iets meer dan 86 miljoen ton in 1985, naar meer dan 120 miljoen ton in 2000, naar meer dan 200 miljoen ton in 2015).
Als je deze lijn doortrekt, zou er in 2030 ongeveer 300 miljoen ton havenoverslag plaatsvinden.
Wel heeft de haven een plan voor duurzaam (hinterland) transport, waarbij het aandeel van het wegvervoer procentueel zou dalen van de huidige 56%, naar een beoogde 43 % in 2030.
Nominaal blijft dit echter een stijging van meer dan 50 %.
Daarnaast brengt het steeds uitbreidend wegennet mee dat een aantal belangrijke groene plekken in Antwerpen zonder aarzelen worden opgeofferd (Sint Anna bos, Noordkasteel,).
Maar ook kleine groene plekjes en bomen tussen verkeersstromen worden niet ontzien.
Veel organisaties van burgers in Antwerpen zijn hier momenteel om bekommerd, zo heb je Ringland dat ijvert voor het overkappen van de Ring, en Straten Generaal die ijvert voor het verplaatsen van de nieuwe verbinding over de Schelde weg van de Stad.
Maar ook plaatselijke groepjes bewoners komen vrij vaak in opstand tegen het rooien van bomen in hun omgeving. (Hofke van Naeyaert, Ringlaan).
Als je de woonst en werkomgeving van de Antwerpenaars bekijkt dan wordt die bepaald door verkeer.
Zo staan bv enkele scholen, tussen of naast autostrades.
Daarnaast merk ik ook dat er onzorgvuldig omgesprongen wordt met open ruimte, waar er nog een plaatsje is, wordt er gebouwd, bv in Berchem, waar ik woon,
veel kantoorgebouwen, met als gevolg minder bomen, meer verkeer.
Om toch niet te negatief te zijn wil ik ook de onderzoeken naar de luchtkwaliteit in Antwerpen noemen, nl het project Curieuze Neuzen (onderzoek naar luchtkwaliteit in samenwerking met Universiteiten).
Ook het meer ruimte geven aan fietsers is een goede zaak.
Mijns inziens weegt dit niet op tegen de maatregelen die het verkeer aanmoedigen.
Ik meen dat de gezondheid van mens en omgeving belangrijke facetten zijn van een gezonde economie en dat zij ook het onderwerp daarvan moeten zijn.
Mijn argument was en is ook dat meer plaats voor het verkeer verhinderd dat er werk gemaakt wordt van alternatieven (decentralisatie, thuiswerk of enkel verplaatsen indien nodig).
Kortom ik wil voorkomen dat Antwerpen een snelweg aan de stroom wordt in de plaats van een stad waar het goed is om te wonen, te werken en mensen te ontvangen.
Ik verneem dat u enkel over de doelen kan beslissen en niet over de middelen.
Misschien is dit dan inderdaad een taak voor de burgers, een goed onderzoek en resultaatbeslissing kan hen daar wellicht bij helpen.
Dank u voor uw aandacht.

Ik was daar niet alleen, ook uit Venetië, de povlakte en Seveso kwamen er mensen pleiten voor gezonde lucht, of liever tegen de vervuiling van de lucht.
Na elke inbreng van een verzoekschrift indiener, volgde er een debat.
Na het debat mocht de indiener dan nog een eidpleidooi houden.
Dit was het mijne:
“Ik kan mij toch niet van de indruk ontdoen dat er richtlijnen nodig zijn bij grote uitbreidingen die een belangrijke toename van het verkeer meebrengen.
Er moet rekening gehouden worden met de beschikbare ruimte en de reeds bestaande pollutie.
Ik vraag dan ook blijvende aandacht voor de specifieke situatie van Antwerpen.
Ik ben er ook van overtuigd dat er rekening moet gehouden worden met het standpunt van burgers die zich in de materie verdiepen en deskundig terzake geworden zijn door eigen inspanning.
Ik heb goed naar de andere verzoekers geluisterd en merk op dat hun petities feitelijk dezelfde grond hebben.
Dank u voor uw aandacht”.
Positief is dat het verzoek behouden blijft en dat ik in september terug mag komen.
Leona Maes

Repetities

2015 Eilanden

Op een eiland wonen oude en jonge vrouwen.
Door het stijgen van de waterspiegel worden zij in hun bestaan bedreigd.
De mannen van het eiland zijn al op verkenning.
Wachten de vrouwen op hun terugkeer, of gaan zij zelf op weg?

Betonnen Jungle 2O15:
Beatrijs Lancsweert, Sandra Truong, Pierre Vereecken, Abdelmajid Riad Baho, Emily Depooter, Elyne Depooter, Jana Vereecken, Maia Olluyn, Ella Faes, Nordin Vereecken, Silas Tapia Castro, Mon Vereecken, Maurice Faes, Robin Vereecken, Stella Aerts, Lania Garcia
En Leona Maes, acteurs, regisseurs en bedenkers van “Eilanden”
Denkende reizigers door de levensstroom






Etelagedrama. Maart 2012

De nieuwe man, de stoere bink, de carričrevrouw, de zorgzame moeder.

Man zijn, vrouw zijn: beheerst dat ons leven, onze kijk op de wereld? Of is het slechts een uithangbord? Actrices en acteurs van Betonnen Jungle denken erover na, discuteren, repeteren en brengen u een boeiend, soms komisch verhaal over zorgzaamheid en uitdagingen.





Geen belegen script maar onze inspiratie:
"Ik ben een slak, man en vrouw tegelijkertijd..."
"Ben ik niet mooi genoeg, ik zou u zo graag verleiden, een levend mens van u maken"
"Een mens moet zich kunnen presenteren, laat mij u helpen, de bank betaald.."
"Ik ga doppen, ik ga schilderen, van het leven profiteren"
" U hebt een volledige restyling nodig, tanden trekken, liposuctie..."
"Een mens is een organisme, waarom prutsen wij er niet aan, tweeslachtig, GGM, Genetisch gemanipuleerde mens...wat glibberig nog..."
"Vrouw zijn, dat is water halen als het nodig is"



Repetitiefoto's Etalagedrama


















2010 - 2011: “10.000 auto’s per minuut?”

foto's Sandra Geerts














Adagio.

Mijn lichaam zit zonder brandstof,

Mijn ziel zonder zuurstof,

Ben ik een elastiek?

Aanpasbaar aan alles?

Stop, stop….denk!! luister!!! Voel!!!!

Windstilte in je hoofd…

Windstilte in je hart…, je buik.

Vijf vingers aan onze hand…

Vijf wegen om te kiezen…

Of meer…

Zwemmen in de Schelde,

En jou machine die ons vrije tijd geeft

In plaats van geld voor enkelen

En een ziek lichaam voor velen




Er is genoeg voor iedereen

Maar niet voor de oneindige hebzucht van enkelen.















De mens heeft de keuze gemaakt om veel te maken met machines: “Dan zal de tijd komen waarin niemand
zich zorgen zal behoeven te maken om zijn dagelijks brood; deze taak die nu is afgewenteld op de werkende
mens zal de machine in de toekomst vervullen. De mens zal vrij en scheppend zijn!!!.” Wij kijken over het
muurtje, wrijven onze ogen uit en vragen: moeten wij perse wapens maken om aan boterhammen te geraken,
en is wat de media als nieuws presenteren soms gewoon een verkooptechniek?? Waarom smijt men minder
mooi fruit weg als er mensen zijn die honger lijden? Zijn wij te klein om die droom waar te maken?. Hebben
werkende mensen nog wel tijd om voor mekaar en voor hun omgeving te zorgen?  Vrij en scheppend
staan wij op en maken dit toneelstuk, soms grappig, soms ernstig.









Regie: Leona Maes, Pierre Vereecken












Repeteren!! Denken, zoeken, vinden, spelen!!

Paul Harding kwam kijken en schreef:

Betonnen Jungle – amateurtoneel in Sint-Andries doet het allemaal zelf

‘Betonnen Jungle’, een in het Sint-Andries kwartier actief amateurtoneel gezelschap, presenteerde op zondag 22 mei in COSTA zijn nieuwste creatie “10.000 auto’s in de file”.

Anders dan andere amateurtoneelgezelschappen doet “Betonnen Jungle” geen beroep op belegen scripts als bijvoorbeeld het grijsgedraaide “Boeing, boeing”. Nee, het gezelschap, een allegaartje (met respect!) van een tiental lokale bewoners, dat in leeftijd varieert van 10 tot 80, verzint zelf het scenario van het stuk dat ten tonele wordt gevoerd. De heterogene groep toneelliefhebbers, die analoog met de leeftijdsverschillen allicht ook uit diverse sociale lagen stammen – al durf ik daar geen eed op doen –, vertrekt voor elke productie van een blanco blad. Uit de interactie van de leden van de groep komen de individuele gedachtengangen stilaan samen in een eenvormig statement, dat gekneed en gesmeed wordt tot een coherent geheel. Straf is dat, temeer omdat, naar verluidt, het wordingsproces niet zonder spreekwoordelijke slag of stoot verloopt.

De rode draad doorheen het stuk “10.000 auto’s in de file” luidde – letterlijk en figuurlijk – “We zijn niet bang”, door de ganse groep gescandeerd na elke scene. Enkele actuele maatschappelijke fenomenen vertrekkend vanuit het adagium “Vroeger was alles beter” werden treffend en vaak ludiek in scene gezet. Zo voltrok zich aan het oog van de toeschouwer het drama van de kleine slager, die zijn zaak teloor zag gaan aan de onverbiddelijke expansiedrang van de supermarktketen. Dat de kleine slager dan nog door een aan regelneverij lijdende overheid extra belast wordt, doet de deur helemaal dicht. Toch maakt zo’n evolutie de groep “niet bang”.

Zeer gesmaakt was ook de episode die een metafoor neerzette van de doorsnee asielzoeker in ons landje. De premisse – onze communautaire problemen hebben geleid tot een heuse Vlaams-Waalse burgeroorlog – zorgt voor een uitstroom aan Belgische vluchtelingen. Die zoeken asiel in een ander land, met uiteraard een andere taal en andere zeden. Een van die gewoontes is bijvoorbeeld het dragen van een das zowel door mannen als door vrouwen. De Belgische allochtonen zonder das worden door de autochtonen met das ‘vanzelfsprekend’ maar vies bekeken. Hilarisch maar schrijnend tezelfdertijd was vervolgens de manier waarop moeder en dochter asielzoekers van het kastje naar de muur worden gestuurd, en een eindeloze reeks loketten dient te passeren, waar niemand hen echt verder helpt. Bekeken tegen de achtergrond van boerka-dossiers en het huidige problematische asielbeleid in ons land heet zoiets een koekje van eigen deeg. Opnieuw is de groep echter “niet bang” van migratie en verzet ze zich dus tegen xenofobie.

Sint-Andries zou Sint-Andries niet zijn of het verschil tussen rijk en arm, de baas en de arbeider, het kapitaal en het plebs moest een ruime plaats toebedeeld krijgen in de kritische kijk op de wereld van nu, die het stuk verwoordt. Treffend hier was de scene van de (s)lopende band met arbeiders die het tempo niet (langer) kunnen volgen en een baas, die met valse vooruitzichten op een beter bestaan met onnodige luxe naar hogere productiviteit drijft. Een en ander was o zo simpel maar o zo gevat in beeld gezet. Consumptie als doekje voor het bloeden. Maar ook dat maakt de groep “niet bang”.

Tot zover een greep uit het arsenaal van “Betonnen Jungle” om enige actuele fenomenen in de maatschappij, zoals ze door de leden van de groep meer of minder worden ervaren, in de verf te zetten. Zulks gebeurt trouwens zonder externe middelen, kledij, attributen e.d. worden door de individuele leden van de groep zelf bekostigd. En de toegang is gratis. God zij dank wordt de zaal gratis ter beschikking gesteld.

En dat het hier en daar al eens misliep met de mise en scene in het stuk en met verloren teksten of foutieve invalbeurten onderstreept alleen de echtheid en oprechtheid ervan. Polijsting is niet altijd een troef. Hoed af dus voor “Betonnen Jungle” waarvan de leden vooral bewijzen, dat creativiteit vanuit de buik van het bindweefsel van de maatschappij kan komen, goedkoop (in middelen) maar zeker niet goedkoop (in kwaliteit), om zo op gesmaakte wijze dit bindweefsel nog eens extra te versterken. Gesmaakt? Jazeker, want een volle zaal beloonde het gezelschap na afloop met een daverend applaus.

Er komt nog een tweede voorstelling van het stuk in Dienstencentrum Hof ter Beke… en het zou jammer zijn als het daarbij moest blijven…

Paul Harding

 

en nu naar 2013...